ColumnBert Wagendorp

Het zijn rare tijden, maar gelukkig gaat de Tour de France door, achter gesloten deuren

De Franse minister van Sport Roxane Maracineau verklaarde woensdag op radiozender France Bleu dat de Tour de France komende zomer mogelijk huis clos zal worden verreden, achter gesloten deuren. De halve wereld verdwijnt langzaam maar zeker achter gesloten deuren, maar dat ’s werelds grootste wielerwedstrijd dat ook serieus overweegt is opmerkelijk: er staan elk jaar een paar miljoen mensen langs de kant.

De Olympische Spelen zijn uitgesteld, net als het EK voetbal. Maar kennelijk achten de Fransen het doorgaan van hun grootste sportevenement zo belangrijk, dat ze onorthodoxe oplossingen overwegen. Misschien zetten ze daarmee een trend. Als de culturele en sportieve lockdown nog veel langer duurt, zullen meer organisatoren uit lijfsbehoud aan huis clos gaan denken. Ze hebben helemaal geen publiek nodig, als er maar genoeg mensen via tv kennisnemen van hun evenementen of voorstellingen en daarvoor een paar euro willen neerleggen.

In het Franse wielrennen zijn ze niet bang voor absurditeiten. In 1919 organiseerde de krant Le Petit Journal de Omloop van de Slagvelden, een koers over zeven etappes langs de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. De wedstrijd begon op 28 april, vijfenhalve maand na de wapenstilstand van 11 november 1918. De etappes voerden langs bomkraters, massabegraafplaatsen, de slagvelden van Passendale en Somme, en verwoeste steden als Leuven, Ieper (‘doder dan Pompeï’, schreef een journalist) en Amiens. Renners die een jaar eerder nog in de loopgraven verbleven, reden er nu langs op een racefiets.

Leve de sport, Charles Deruyter won en verdiende 6.000 Franse francs, destijds een aanzienlijke som.

De wedstrijd was, schreef de organiserende krant, ‘een ode aan de glorierijke episodes’ uit de oorlogsjaren en een eerbewijs aan de gevallenen. Je kunt erop wachten dat de Tour, mocht hij doorgaan, zal worden opgedragen aan de coronaslachtoffers en moet worden gezien als eerbewijs aan alle helden in de ziekenhuizen.

In werkelijkheid had Le Petit Journal gedurende de oorlogsjaren meer dan de helft van zijn oplage verloren, dus er moest iets gebeuren. Dat is nu niet anders, organisator ASO kan zich helemaal geen zomer zonder Tour veroorloven, er staan vele miljoenen op het spel.

Maar het evenement van 1919 was vooral een poging terug te keren naar de veilige normaliteit. Dat is waar iedereen ook nu al naar snakt en die wens zit ongetwijfeld achter de woorden van Maracineanu. Je hoort het vaak: het zijn rare tijden. Een peloton renners op tv moet zorgen voor het geruststellende gevoel dat er nog íéts normaal is gebleven – ook al rijden ze anderhalve meter van elkaar met mondkapjes en vermijden ze een kus van de rondemiss.

Machthebbers hebben sport altijd gebruikt om de indruk van normaliteit te wekken; alles onder controle, niks aan de hand. Toen president Roosevelt na de aanval op Pearl Harbor, in december 1941, werd gevraagd of de honkbalcompetitie niet moest worden afgelast, schreef hij: ‘Het is voor het land het beste als honkbal doorgaat’. In Vlaanderen werd tijdens WO II gewoon doorgefietst, met instemming van de bezetter. De twee Elfstedentochten die tijdens die oorlog werden verreden waren een groot succes, en alleen gedurende het seizoen 1944-1945 werd in Nederland op het hoogste niveau níét gevoetbald.

Wat kan onze regering ditmaal inzetten als geruststellende activiteit, desnoods huis clos? Ik vrees dat Maarten van der Weijden eraan zal moeten geloven: te water!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden