COLUMNSander Schimmelpenninck

Het wordt tijd dat we geluk minstens zo zwaar gaan belasten als werk

Sander Schimmelpenninck Beeld de Volkskrant
Sander SchimmelpenninckBeeld de Volkskrant

Een week geleden verscheen op het weinig verheffende weblog ‘damespraatjes.nl’ een stukje over het huishoudboekje van ene Marie-Claire, een 29-jarige Amsterdamse vrouw. Zij vertelde daarin dat ze op haar 25ste een appartement van haar ouders kreeg, en daarnaast een maandelijkse toelage van 4.500 euro. Betaald werk heeft ze niet, maar wel een maandelijks ‘taxibudget’ van 500 euro.

‘Marie-Claire’ zal wel gefingeerd of geheel verzonnen zijn, maar het fenomeen der Marie-Claires is dat bepaald niet. We zitten namelijk midden in de ongekende welvaartsoverdracht van schatrijke babyboomers naar hun kinderen. Daarmee wordt de ongelijkheid tussen millennials onderling veel groter dan de ongelijkheid tussen de babyboomers onderling, toen zij dezelfde leeftijd hadden.

Meer dan de helft van het totaal aan privévermogen in Nederland is afkomstig van erfenissen; jaarlijks wordt zo’n 20 miljard euro nagelaten. Dat betekent dat meer dan de helft van de vermogensongelijkheid niet is toe te rekenen aan de (economische) prestaties van vermogenden, maar simpelweg aan de plek waar hun wieg stond. Mazzel dus. Daarmee zitten we weer op het niveau van honderd jaar geleden, nadat de meritocratie van na de Tweede Wereldoorlog er juist voor had gezorgd dat het grootste deel van de privévermogens zelf verdiend werd.

Het is verbazingwekkend hoe weinig debat de ongelijke kansen faciliterende erfenissen oproepen. Hoewel meer dan de helft van de Nederlanders een vermogen van nagenoeg nul heeft, en de andere helft van de belastingvrije voet en vriendelijke tarieven profiteert, is de erfbelasting met stip de meest gehate belasting van Nederland. Woest is de gewone man over de ‘sterftaks’, terwijl die belasting juist verzonnen is om het leven van zijn kinderen eerlijker te maken.

Het eeuwige argument ‘dat er al belasting over een erfenis is betaald’, is even hardnekkig als stompzinnig. Het is immers niet de erflater die belasting moet betalen, maar de ontvanger. Voor de ontvanger is de erfenis gewoon inkomen, vers geld. Daarnaast wordt geld nu eenmaal constant belast. Ik heb nog nooit iemand bij de supermarktkassa horen betogen geen BTW te willen betalen omdat hij al belasting had betaald over het salaris in zijn portemonnee.

Het is het grootste succes van onze financiële elite: de manier waarop ze de mythe van de selfmade rijke hebben verkocht. ‘Mijn klasse voert oorlog tegen het gewone volk en ze zijn dik aan het winnen’, zei superbelegger Warren Buffett er ooit over. Iets dichter bij huis, vertrouwde een vrolijke chocolademiljonair me onlangs nog toe dat je in deze tijd ‘volstrekt debiel’ moet zijn om je vermogen te zien slinken. Over fakkels en hooivorken hoeft de financiële elite zich geen zorgen te maken; het volk staat Goliath aan te moedigen, zonder te snappen zelf David te zijn.

Mijn standpunt over de erfbelasting zorgt bij nepliberalen regelmatig voor kortsluiting. Sommige van hen menen, met een onnavolgbare logica, dat ik voor de erfbelasting zou zijn, omdat ik uit een vermogende familie zou komen. Anderen verwijten me zelfhaat, met overigens hetzelfde argument. Natuurlijk is het emotioneel als het ouderlijk huis verkocht moet worden om de erfbelasting op te hoesten, maar ook dan is de erfenis nog altijd een groot geluk. Zaken met maatschappelijke relevantie, zoals familiebedrijven en opengestelde landgoederen, kennen bovendien regelingen om versnippering tegen te gaan.

Vorige week kwam er een verlicht geluid uit onverwachte hoek. In een publicatie van de Telders Stichting, het wetenschappelijke instituut van de VVD, pleitten drie economen voor een hogere erfbelasting. Niet zozeer omdat dat nu zoveel oplevert, maar vanwege het principe: de erfbelasting is minder verstorend dan de loonbelasting, die werken ontmoedigt.

Ooit pleitten liberalen voor 100 procent erfbelasting, om volledige kansengelijkheid te creëren. Zelfs wanneer de erfbelasting 50 procent bedraagt, kunnen rijkelui hun kroost immers nog altijd flink bevoordelen. Maar laten we voor nu maar eens beginnen met ál het inkomen, uit welke bron dan ook, gelijk te belasten. Want het eerste valide argument om werk zwaarder te belasten dan geluk, moet nog verzonnen worden.

Sander Schimmelpenninck is journalist en ondernemer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden