VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg in Den Haag

Het wisselbad van Wilders wordt steeds kouder

null Beeld

Geert Wilders behoort tot de volksvertegenwoordigers die doorgaans vriendelijk de media te woord staan. Afgelopen vrijdag nog figureerde hij in de podcast de Stemming van Joost Vullings en Xander van der Wulp – beiden van de publieke omroep – waar hij mijmerde over de aanstaande verhuizing van het parlement, aangaf dat het uitzicht hem niet uitmaakte omdat zijn kamer toch geen ramen heeft en moest bekennen een sloddervos te zijn. ‘Mijn bureau is een bende.’ In het verleden maakte hij al eens grapjes met een NOS-verslaggever door de rollen om te keren en hém te interviewen.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Wie hem weleens heeft geïnterviewd, weet dat hij hoffelijk en voorkomend is en glashelder formuleert, in lopende zinnen. Hij neemt dan de tijd, praten met journalisten over politiek vindt hij geen straf. Hij kan bespiegelen op zijn eigen functioneren en dat van zijn grote tegenstrever: Mark Rutte. Wanneer je interrupties moet plaatsen, hoeveel dat er moeten zijn en wat je inzet daarbij is – daarover kunnen vrijwel alle Kamerleden bij hem in de leer.

De PVV-leider is ook een bekwaam politicus. In de coronatijd ontpopte hij zich als oppositieleider. Niet dwars op het regeringsbeleid, maar corrigerend, met oog voor het grotere geheel. Die rol hield hij vast tot na de verkiezingen: in de debatten over de Haagse bestuurscultuur en de vergeetachtigheid van Rutte was hij de dirigent die Kaag en Segers naar zijn pijpen liet dansen. Een prestatie van formaat.

Schaarste, dat is zijn grootste wapen. Weinig contactmomenten en als contact onvermijdelijk is, altijd de leiding houden. Daarom is Twitter zijn geliefde medium. Daarom interrumpeert hij liever dan dat hij een betoog houdt.

Het was dinsdagmiddag 3 uur. Het vragenuur liep op zijn eind, tijd voor de stemmingen. Zeker twintig verslaggevers hingen rond bij de patatbalie, de gemengde zone waar pers en politici elkaar treffen. Ze deden van alles, maar eigenlijk allemaal hetzelfde: wachten op Wilders. Er kwam een contactmoment aan, hij moest tevoorschijn komen.

Daar ging de deur open. Hij kwam de trap af, er werd gerend, geroepen. Wilders liep door, stopte... en stond oog in oog met wat volgens hem tuig van de richel is. Alle tijd nemend om vragen te beantwoorden. Eerst over de door NRC gepubliceerde nieuwe beschuldigingen aangaande Kamerlid Dion Graus, zijn PVV-maatje vanaf de begintijd. Wilders stond machteloos, vond hij. ‘Als jonge vrouwen onheus worden bejegend, moeten ze aangifte doen.’ Bovendien, hij had het de heer Graus zelf gevraagd en die zei dat er niks aan de hand was. Als je als partijleider mensen aanpakt terwijl er geen bewijs is, dat zou zeer onrechtvaardig zijn.

Dan over de journalisten. Die waren kleinzielig en hypocriet door zo boos te worden nadat hij ze tuig van de richel had genoemd. Ze hadden hem zelf de afgelopen jaren nota bene voor nazi, xenofoob en racist uitgemaakt, ze moesten niet zeuren. Lakeien van de macht waren het, voor wie de waarheid een secundair begrip is. Wie zei dat zo’n tweet van hem uitnodigt tot bedreigingen, ging echt tien keer te ver. Kom op, over bedreigingen kon hij meepraten. Voor alle duidelijkheid: ‘Ik mag vinden wat ik vind.’

Nu moest Wilders gaan stemmen, maar hij was graag bereid daarna terug te komen. ‘U moet niet denken dat ik voor u wegloop.’

Geert Wilders staat dinsdagmiddag de pers te woord. Beeld Ariejan Korteweg
Geert Wilders staat dinsdagmiddag de pers te woord.Beeld Ariejan Korteweg

Daar stonden we. We hadden geluisterd naar een heer in pak, een heer met een plan. Wat misschien lijkt op Gilles de la Tourette, is pure calculatie. Frontaal de tegenaanval openen om een affaire in eigen gelederen aan het zicht te onttrekken.

Wat nu te doen? Wie dit negeert, doet alsof het normaal is. Wie het noteert, gaat mee in Wilders’ strategie, en wekt de schijn harder te piepen als de eigen beroepsgroep wordt geraakt.

Beter te zwijgen dus. En niet te vertellen hoe de PVV-leider telkens als hij in de knel raakt, zijn wisselbad pakt. Dan zijn journalisten ineens geen leuke gesprekspartners meer, maar schuiven ze op van ‘vreselijke bevooroordeelde linksige activisten’ (januari) naar ‘tuig van de richel’ (juni).

Want let op, het mag dan een wisselbad zijn, het water wordt steeds kouder. Anders voelt niemand meer wat.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden