Column

'Het was woensdagmiddag en ik wist wat ontbrak: kinderen'

'Ik sta nog klaar om te helpen met het strikken van veters en het beantwoorden van levensvragen, maar het hoeft niet meer', schrijft columnist Erik Jan Harmens.

Vader en zoon in het park. Beeld anp
Vader en zoon in het park.Beeld anp

Pas liep ik in een park, omdat door het groen lopen korter was dan eromheen. Het was woensdagmiddag, het was stil en ik miste iets. Even kraakte het boven in mijn hoofd en toen wist ik wat ontbrak: kinderen.

Nergens gevloek van jonge huttenbouwers die hoog in een boom stuntelen met planken en spijkers. Nergens geproest uit een struik wanneer ik een met secondenlijm aan het straatsteen vastgeplakt euromuntje wil oprapen. Nergens een stiekem aan elkaar friemelend stelletje in het twee kontjes hoge gras. Alle kinderen zaten binnen, waarschijnlijk verdiept in Grand Theft Auto V of Snapchat. En ik vel daar geen moreel oordeel over, echt niet. Maar laat ik wel dit zeggen: eenieder krijgt de jeugd die hij verdient.

Het park was overigens niet helemaal verlaten. Twee advocaten schoven op een bankje elk vanuit hun eigen hoek steeds dichter naar de in het midden gezeten op een Sultana kauwende stagiaire. Een oud vrouwtje en haar lekkende herdershond deden een wedstrijd wie het aller-, allerlangzaamst kon lopen. En de dronkenman in zijn regenjas, hij waggelde van vuilnisbak naar vuilnisbak om zonder werkelijk doel in elk een leeg halveliterblik te werpen.

Hebben we voor dit handjevol eigenlijk wel zo'n heel park nodig? vroeg ik me af. Die kunnen het ook wel af met een plantsoen. De vraag is alleen dan wel wat we met de vrijgekomen ruimte gaan doen. En het is sinds mijn recente echtscheiding precies die vraag die ik me stel op dagen dat de kinderen niet bij mij zijn. Wat ik met de vrijgekomen ruimte ga doen.

Vroeger waren de kinderen er altijd. Als ze naar school waren wachtte ik tot het moment dat ze weer thuiskwamen. Ik sneed citroenen in schijfjes voor in de ijsthee en smeerde dik roomboter op de kruidkoek. Ik voetbalde met ze op het drollenveldje en als iemand ging schelden of vloeken, trok ik met duim en wijsvinger uit mijn borstzak een denkbeeldige gele kaart. Als ze griep hadden, maakte ik een bedje op de bank en keken we 'Dribbel' en 'De bruine beer in het blauwe huis' tot we een ons wogen. Als ze een enge droom hadden, zongen mijn vrouw en ik op de melodie van Marlene Dietrichs 'Lili Marlene' een zelfbedacht slaapliedje. En als ze op hun knie waren gevallen, zocht ik vloekend naar die kutverbanddoos.

Nu zijn de kinderen er een aantal dagen in de week niet. Ik sta nog in de opveerstand, klaar om te helpen met het strikken van veters, het bakken van brownies of het beantwoorden van levensvragen, maar het hoeft niet meer. Ik heb de hele dag tijd voor leuke dingen. Ik kan doen wat ik wil. Ik kom eindelijk aan mezelf toe. Een dag vol vrijgekomen ruimte: leeg, uitgestrekt en ook een beetje eng, als een vrijwel verlaten park.

Erik Jan Harmens is dichter. Zijn nieuwste bundel Open mond verscheen in oktober bij Lebowski. Twitter @ErikJanHarmens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden