Column Aaf Brandt Corstius

‘Het was te laat om de verwachtingen te managen. De verwachtingen waren er al’

Wat ik heb gedaan de afgelopen drie maanden? Met twee ezels genaamd Carolina en Selvaggia door Italië gelopen, een voorstelling over mijn jeugd gespeeld en gezocht naar het cijfer vier.

We waren in Turijn, en Turijn is, behalve een prachtige stad waar twee mooie pleinen zijn, de stad van Juventus. En Juventus is de club van Matthijs de Ligt, en Matthijs de Ligt, dit leg ik even uit voor mensen die net als ik niet van voetbal houden, is een speler van Ajax die net aan Juventus is verkocht. Matthijs de Ligt is een leuke jongen van het allerbeste bonkige, blozende type, met immense dijen die niet in een standaard voetbalbroekje passen. Hij was deze zomer op de Bahama’s met zijn vriendin, en daar hebben ze twee zwarte minivarkentjes ontmoet.

Ik weet nogal veel van Matthijs de Ligt, want ondanks het feit dat ik niet van voetbal houd, moet ik er thuis aanhoudend over praten.

We hadden mijn zoon een Juventus-shirt beloofd, en op dat shirt zouden we de naam van De Ligt en zijn rugnummer, vier, laten drukken. Gelukkig zijn er drie officiële Juventus-fanshops in Turijn.

Bij de eerste was het cijfer vier niet meer op voorraad. Bij de tweede winkel troffen we een ander Nederlands gezin. De moeder stapte bij de deur op me af en zei: ‘Even de verwachtingen managen. Ze hebben hier geen vier meer.’

Het was te laat om de verwachtingen te managen. De verwachtingen waren er al. En ze waren niet te managen.

Door naar de volgende fanshop. Ook daar Nederlanders, wanhopig op zoek naar een vier. Maar geen vier. Met zijn allen wilden we niets liever dan zeventig euro neertellen voor een polyester shirt met daarop een vier.

Ik begon ons te haten. Onszelf. Al die Nederlandse gezinnen. De gehele industrie van polyester shirts. Juventus. Sport in het algemeen. Matthijs de Ligt haatte ik niet, gek genoeg. Maar verder dus iedereen. Wat zei dit over de wereld? Dat de wereld een domme idioot was.

Ik wilde die hele vier niet meer. Rot op met je vier, dacht ik, en dat straalde ik kennelijk zo hard uit dat mijn zoon zei: ‘Ik hoef dat shirt niet meer, hoor.’ Hartbrekendste zeven woorden ooit gesproken.

Op de laatste dag deden we een tour door het Juventus-stadion. Tegenover het stadion was zomaar een sportwinkel. Daar hadden ze de vier.

De Italiaan achter de balie streek de vier op het shirt, met de naam De Ligt erboven, en mijn zoon trok het aan.

Ineens begreep ik voetbal, voetbalhelden, de aanpalende miljardenindustrie, alle gezinnen die liever één polyester shirt kochten dan een avond uit eten gingen, en ik vond het volstrekt legitiem dat je zo naar een vier kon verlangen. Geweldig, zelfs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden