Sander DonkersIn 150 woorden

Het was Tante Jo die mij had leren pingpongen, maar nu kon ze het niet meer

Eenmaal in de tachtig begon mijn dierbare Tante Jo zaliger het afnemen van haar krachten te maskeren met een mengeling van zelfbedrog en bluf. Ze ging er nog met de fiets op uit, maar nam die al na de eerste hoek bij de hand, zodat het feitelijk een onhandige rollator werd.

Op een dag had ze de pingpongbatjes weer klaargelegd. We schoven de zijpanelen van de eikenhouten tafel uit, schroefden het netje vast, en herpakten moeiteloos de routine van ver voorbije vakantiedagen, toen zij mij het spel had geleerd − compleet met ons eigen jargon: ‘Balletje tegen kroonluchter is overnieuw.’

Het verschil was dat het ‘inspelen’ nu het spel zelf was geworden. We telden geen punten maar de keren dat het balletje onze batjes raakte. Geen van beiden spraken we over de smashes en de effectballen die zij in huis had gehad. Toen we de twintig hadden gehaald, borgen we de spulletjes op. ‘Voor de volgende keer’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden