ColumnEva Hoeke

Het was niet de prostitutie die me had getroffen, als wel de hardheid die er in haar was gevaren

Eva Hoeke Beeld Valentina Vos
Eva HoekeBeeld Valentina Vos

Bij het opruimen vond ik een dure spijkerbroek terug die ik al niet paste op het moment dat ik hem kocht, laat staan vijf jaar, twee kinderen en een Netflix-abonnement later. In gedachten ging ik de vriendenkring af op zoek naar iemand met maat 27; na lang denken kwam ik maar op één naam.

Een week later stond ik in de sobere bijstandsflat van Leni, mijn oude buurmeisje dat ik al jaren niet meer had gezien. Ze was niks veranderd, nog altijd tenger, nog altijd haar tot op haar kont, misschien iets meer inkt in haar huid. Op haar arm droeg ze een kind, nonchalant hing het op haar heup, de vrucht van een vader die al voor de geboorte uit beeld was. Het ging goed hoor, riep ze terwijl ze drinken inschonk in de keuken. Beetje druk met twee kids, maar voor de rest gewoon, zijn gangetje. De televisie stond aan, overal lag speelgoed en in de vensterbank stonden foto's van haar zoontjes, in de oudste zag ik de Leni van vroeger terug. Op het balkon waren de tralies afgeplakt. 'Hij flikkert steeds zijn speelgoed naar beneden', zei ze toen ze terugkwam met glazen fris. 'Moest ik de hele tijd dat tering-end naar beneden. En meestal waren zijn autootjes dan toch al stuk of gejat door de andere kinderen. Nou, proost.'

We waren samen opgegroeid, Leni en ik, zij het enige geadopteerde meisje in de buurt, maar al snel waren de verschillen te groot om nog langer van een vriendschap te spreken. Ik Pearl Jam, zij R. Kelly, ik studeren, zij spijbelen, ik een vriend, zij een pooier. De eerste keer dat ze erover vertelde, was ze in lachen uitgebarsten bij het zien van mijn ontstelde snuit, zelf zat ze er niet mee, ze moest toch eten, wie zorgde er anders voor haar, niemand toch, nou dan. Maar het was niet de prostitutie die me had getroffen als wel de hardheid die er in haar was gevaren, die onbegrepen zelfhaat, en wanneer ik haar moeder voorbij zag komen in de supermarkt zag ik het verdriet in dikke plakken op haar gezicht liggen. Het contact was verbroken, ze hoopte maar dat Leni de boel ooit op orde zou krijgen.

Die middag verliep het gesprek volgens een vast patroon: eerst de herinneringen aan vroeger, toen de ditjes en datjes en daarna verloor Leni zich in een onsamenhangend verhaal over anonieme meldingen die ervoor hadden gezorgd dat haar oudste zoontje een tijdje uit huis was geplaatst, iets met drank en drugs, een volkomen valse beschuldiging, schandalig was het. 'Dat kan tegenwoordig allemaal, in Nederland. Op een gegeven moment was die oudste vervelend, dus ik had hem op zijn kamer gezet, voor straf. Dus ik smijt die deur achter me dicht, bleek dat hij me achterna was gekomen, want die jongen zit altijd in mijn reet. Wat denk je: vinger eraf. Hij bungelde aan de deur. Jánken, krijsen.' Ze keek naar haar zoontje, dat met een chocoladekoekje knoeide. 'Is het lekker, vreetzak?'

Ruw veegde ze zijn gezichtje af, het jongetje jengelde. 'Dus ik zet die vinger er weer op, want anders sterft dat vlees, hè. Wilden ze me niet helpen in het ziekenhuis. Pas toen hij een week later ook nog een botontsteking kreeg, hij was bijna verlamd, ik zweer het je, mocht hij blijven. Echt, hoor, Nederland is gek geworden.'

Ik luisterde naar de redeloze haat naar instanties, het wantrouwen tegen autoriteiten, misschien wel de enigen die zich nog een beetje om haar bekommerden, ik dacht aan haar moeder en aan de honderdduizend deksels op haar neus en nam even later afscheid met de belofte dat we elkaar snel weer zouden zien. We wisten allebei dat dat zo weer tien jaar kon duren.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden