Column Rob van Essen

Het voornemen veranderingen bewust te registeren is ook een poging om je te onderscheiden van de toeristen

Eén ei geen ei, één keer is geen keer – als je een stad wilt kennen moet je er regelmatig naartoe. Je moet haar zien veranderen. Je kent pas iets als het niet meer hetzelfde is. Voor mensen geldt dat ook. Over zelfkennis heb ik het nu niet, je moet naar buiten kijken. De zin van het leven bestaat eruit je omgeving te zien veranderen.

Bij elk bezoek aan Brussel blijkt het voetgangersgebied-in-aanbouw rond de Beurs weer wat verder opgeschoven over de Anspachlaan. Ik heb daar nog auto’s zien rijden. Opeens is het alsof ik het over heel vroeger heb en hier al ontzettend lang kom, nog even en ik kan een T-shirt laten bedrukken met de tekst OPA VERTELT.

In het begin weet je niet wat een verandering is en wat er al eeuwenlang is. Nou ja, de Grote Markt, die zal er al wel een tijdje liggen, Egmond en Hoorne zijn er nog onthoofd, maar sinds wanneer zijn al die gebouwen zo schóón, zo gezandstraald? Om dat te weten is één bezoek niet genoeg.

Het voornemen om veranderingen bewust te registeren is ook een poging om je, al is het maar tegenover jezelf, te onderscheiden van de toeristen. Soms steekt nostalgie de kop op. Zo vind ik het ergens ook jammer, die oprukkende voetgangerszones, omdat het niet past bij het beeld van Brussel als stroeve brutalistische stad dat zich in m’n hoofd heeft gevestigd. Aan de andere kant vind ik het prettig om te zien dat in Vlaanderen stadspleinen nog als parkeerplaatsen worden gebruikt, iets dat in Nederland al veel zeldzamer is geworden. België als comfortabele, nostalgische blik op het verleden. Uitkijken dus: voor je het weet let je op verschillen in plaats van veranderingen. Een niet al te subtiel verschil: stilstand in plaats van beweging.

Ook veranderingen kunnen tot stilstand komen. Het beste voorbeeld is de eeuwigdurende restauratie van het 19de-eeuwse Brusselse Paleis van Justitie. Het megalomane gebouw staat al sinds mensenheugenis in de steigers. Nog nooit heb ik iemand over die steigers zien lopen. Vanuit de verte (en je ziet het gebouw vanuit elke verte) wekken al die steigers, die als dunne horizontale lijnen voor het gebouw langs lopen, de indruk dat je naar een verstoord beeld van een oude tv kijkt. Alsof het Justitiepaleis een uitzending uit het verleden is, iets dat wanhopig tot onze wereld probeert door te dringen.

Het verhaal gaat dat sommige steigers inmiddels zelf steigers nodig hebben om het verval tegen te houden. Ooit zullen die steigers óók weer steigers nodig hebben, uiteindelijk zal het Paleis veranderen in een ondoordringbaar woud van steigers. Alleen stokoude Brusselaars zullen nog weten wat er zich midden in dat woud bevindt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden