COLUMNArthur van Amerongen

Het virtueel bezoeken van lokale musea had een hoog kijkdoosgehalte

Het was wederom weekeinde geworden en ik snakte naar ontlasting der werkdruk en jolijt. Seizoen 3 van Fauda had ik in één ruk uitgebinged, dus Netflix bood ook geen soelaas meer. De Amerikaanse streamingboer lijkt steeds meer op een videotheek in Amsterdam-Oost in de jaren tachtig, zo’n muffe toko waar je na drie uur krampachtig snuffelen thuiskomt met Porky’s pikante pretpark deel 2. 

Toen las ik in het lokale sufferdje dat het Centrum der Levende Wetenschap van de Algarve, het slavenmarktmuseum in Lagos én het klederdrachtmuseum in São Brás de Alportel dankzij corona nu virtueel én geheel kosteloos bezocht kunnen worden.

Als kind was ik dol op het Afrika Museum, het Nederlands Openluchtmuseum en het Spaarpottenmuseum. Later werd ik vaste klant van het Stedelijk in Amsterdam, want tijdens de vernissages schonken de legendarische directeuren Edy de Wilde en Wim Beeren gratis drank en wemelde het er dus van de kittige kunstchickies.

Tijdens mijn tropenjaren in Zuid-Amerika bezocht ik cocaïnegerelateerde musea in La Paz en Cuzco en tegenwoordig ga ik regelmatig geursnuiven in het Nationale Stokvismuseum in Lissabon. Bezuiden de hoofdstad ligt een culturele woestijn, want kunst in de Alentejo en de Algarve bestaat uit mandenvlechten, pottenbakken, kurktrekken en volksdansen. 

Ik had nooit tijd om de schaarse musea in mijn biotoop te bezoeken en nu kon dat voor niks, al moet je in de Algarve erg oppassen met alles wat digitaal en virtueel is. Inloggen op overheidsinstanties is een crime en vorige week konden ze me bijna in een dwangbuis afvoeren omdat ik een etmaal lang tevergeefs had geprobeerd de wegenbelasting online te betalen.

De virtuele museumtour had een hoog kijkdoosgehalte. Het Centro Ciência Viva do Algarve sloeg ik over, want ik had een jeugdtrauma overgehouden aan die stomme robotvogel in het Evoluon. Het leek mij aardig de slavenroute in Lagos imaginair te wandelen, maar dan moest ik een vage app downloaden en ik had even geen zin in een Chinees virus dat mij bovendien afluistert. 

Het klederdrachtmuseum in São Brás bleef over. Daar bestond het virtuele aspect uit statische kiekjes van beeldig aangeklede paspoppen. Viktor & Rolf krijgen daar een stijfje van, maar ik klapte mijn laptop dicht en vertrok moedeloos naar de bouwmarkt, want sinds een maand bestaat mijn sabbatvertier uit het dolen door mannengrotten als Matdiver, Leroy Merlin en de Aki. 

Inmiddels staat de schuur tot de nok vol met plintladders, hemelbouten, houtelektroden en andere mij aangesmeerde hobbymeuk. 

Corona maakte een cultuurbarbaar van mij: een cro-magnonman.

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden