Column Max Pam

Het verbieden van Pegida en hun uitingen geeft ze een vingerkootje van het gelijk dat zij niet verdienen

Max Pam.

Laatste nieuws: Pegida wil opnieuw een vergunning aanvragen om te demonstreren bij Laleli Moskee in de Rotterdamse wijk Charlois. Of de rechtse actiegroep weer varkensvlees wil barbecuen, zoals aanvankelijk het plan was, kon ik niet achterhalen.

Soortgelijke demonstraties in Utrecht, Arnhem, Gouda en Den Haag werden verboden, omdat de gemeenten vreesden voor een verstoring van de openbare orde. Alleen de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb, zelf belijdend moslim, gaf toestemming voor de demonstratie. Vanuit Turkije werd hij meteen uitgescholden. Toch ging de demonstratie op het laatste moment niet door. Volgens de burgemeester omdat zij door Pegida zelf was afgeblazen, volgens de varkensvleesbraders omdat zij zich onveilig voelden.

‘If you can’t stand the heat, get out of the kitchen’, zou je bijna zeggen.

Na afloop verklaarde Aboutaleb: ‘Het is jammer dat die groep niet heeft kunnen demonstreren, want het is belangrijk dat zij hun boodschap kunnen uiten. Hoe giftig die boodschap ook is. Het is een teken van intolerantie dat deze boodschap niet is geuit.’

De hele kwestie doet sterk denken aan de mars in Skokie, een voorstad van Chicago. In 1977 wilden Amerikaanse nazi’s, onder leiding van Frank Collins, door een wijk marcheren waar veel Joden woonden die de Holocaust hadden overleefd en die naar de Verenigde Staten waren geëmigreerd. Enige tijd daarvoor had ook Martin Luther King in Skokie gedemonstreerd en daarom vonden de nazi’s dat zij eveneens het recht hadden op een mars.

Uiteraard ontstond in de Joodse gemeenschap veel commotie. Er is zelfs een film over gemaakt met Danny Kaye in een aangrijpende rol. Maar Collins ging door tot aan het Hooggerechtshof. Steeds werd hij in het gelijk gesteld en ten slotte bepaalde het Hooggerechtshof dat de boodschap van de nazi’s weliswaar aanstootgevend en beledigend was, maar dat de vrijheid van meningsuiting, zoals vastgelegd in het First Amendment van de Amerikaanse Grondwet, voor alles moest gaan.

Wat zich daarna heeft afgespeeld, wordt ook wel ‘de Swastika-oorlog’ genoemd. In nazi­uniform en achter vaandels met hakenkruizen wilden de nazi’s door Skokie marcheren. Dat hun plannen ten slotte toch in duigen vielen, kwam door hun onderlinge verdeeldheid en omdat Collins een rare kwibus was. Een van zijn eigen ouders had als Jood de Holocaust overleefd. Later werd hij door zijn eigen manschappen aan de politie overgedragen, omdat hij zich aan pedofiele praktijken te buiten was gegaan. Iemand dus voor het Pieter Baan Centrum.

Te midden van al deze menselijke krankzinnigheden, stond één man centraal: de Joodse advocaat Aryeh Neier. Hij vond dat alle meningen – hoe weerzinwekkend ook – moesten worden gehoord. Zelfs die van Collins en zijn proleten. Daarom wierp hij zich in deze zaak op als de verdediger van de National Socialist Party of America. Op YouTube is te vinden hoe Neiers antwoord luidt op de vraag wat hij het zwaarste moment uit zijn leven vond. Dat was de avond in een volle synagoge waarop hij moest uitleggen dat, ook voor hen die hier bijeenzaten, de vrijheid van meningsuiting de belangrijkste garantie is voor een vrij en menswaardig bestaan. Niet iedereen was het met hem eens, maar ten slotte aanvaardde de meerderheid zijn handelswijze. Over zijn ervaringen schreef Neier het boek: Defending My Enemy: American Nazis, the Skokie Case, and the Risks of Freedom.

Aryeh Neier werd in 1937 in Berlijn geboren, twee dagen na Hitlers groots gevierde verjaardag. Thans is hij 81 jaar. In 1978 was Neier een van de oprichters van de organisatie die Human Rights Watch is gaan heten. Lange tijd werkte hij als voorzitter van het door George Soros gestichte Open Society Institute.

Dat vrijheden risico’s met zich meebrengen, is evident. Democratie geeft per definitie ook ruimte aan domheid, moedwil en smakeloosheid. Wie varkensvlees wil barbecuen voor de deur van een moskee, is voornamelijk uit op provoceren en dan ook nog op een misselijke vorm daarvan. Maar op zich is provoceren (nog) niet strafbaar. In de vorige eeuw heeft een groep het opzettelijk provoceren zelfs tot een politiek uitgangspunt gemaakt. Zij noemden zich de provo’s.

Het verbieden van Pegida en hun uitingen geeft ze een vingerkootje van het gelijk dat zij niet verdienen. In deze krant heeft René Cuperus zich beklaagd over het feit dat in onze maatschappij niemand meer aan de knoppen zit om dit soort moedwillige smakeloosheden even te regelen. Maar juist de afwezigheid van machtige politici en bestuurders behoort tot de risico’s van de democratie. Toch liever een zo open mogelijke samenleving waarin alles met hangen en wurgen tot stand komt, dan een centraal geleid China waar ze in één week een snelweg aanleggen.

Daarom is Aryeh Neier voor mij een held. En zo ook Aboutaleb.