Commentaar

'Het verbieden van Martijn door de Hoge Raad schept een gevaarlijk precedent'

De argumenten die de Hoge Raad geeft voor zijn verbod van de vereniging Martijn overtuigen onvoldoende, schrijft Hans Wansink in het commentaar voor de Volkskrant.

Floris Bakels (M), vice-president van de Hoge Raad doet uitspraak in de zaak tegen de pedofielenvereniging Martijn. De Hoge Raad verbiedt Martijn en de vereniging zal worden ontbondBeeld anp

Martijn werd in 1982 opgericht als een vereniging die streefde naar wettelijke en maatschappelijke acceptatie van seks tussen volwassenen en kinderen. Van begin af aan heeft Martijn daaraan de voorwaarde verbonden dat het seksuele contact nooit tegen de wil van het kind zou mogen plaatsvinden.

Dat Martijn zijn doel niet heeft bereikt, ligt voor de hand. Seksuele relaties tussen kinderen en volwassenen zijn per definitie ongelijkwaardig. Het gevaar van misbruik en van het toebrengen van blijvende schade aan het kind is zo groot dat een verbod gerechtvaardigd is.

Succes
Toch boekte Martijn enig succes. Tussen 1991 en 2002 konden zedendelicten met jongeren tussen 12 en 16 jaar alleen worden vervolgd na een klacht van de jongere zelf, zijn of haar ouders of de Raad voor de Kinderbescherming. Na een wetswijziging in 2002 mocht de politie ook eigen onderzoek uitvoeren na bijvoorbeeld een anonieme tip. Hiertegen protesteerde niet alleen Martijn, maar ook het COC en de NVSH. Het 'in voorraad hebben' van kinderporno werd in 1996 strafbaar gesteld.

Ook voor deze aanscherpingen van de zedelijkheidswetgeving viel veel te zeggen. De vereniging Martijn legde zich bij de strengere wetten neer, al gold dat niet voor prominente leden van de vereniging. Die leden werden dan ook terecht veroordeeld. Maar aangezien de vereniging niet als een criminele organisatie kon worden aangemerkt, oordeelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden terecht dat een verbod van Martijn door de rechtbank Assen onrechtmatig was.

De vrijheid van meningsuiting en het recht van vereniging zijn grondrechten die alleen kunnen worden beperkt als die vereniging zich schuldig maakt aan strafbare feiten. De Hoge Raad heeft die strafbare feiten niet kunnen aantonen, laat staan dat het voortbestaan van Martijn leidt tot 'ontwrichting van de samenleving'. Dat de Hoge Raad 'verheerlijking' van ongewenst gedrag als doorslaggevend oordeelt om een organisatie te verbieden, schept een gevaarlijk precedent.

Hans Wansink is opinieredacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden