Opinie

Het valt allemaal wel mee met de werkdruk in het basisonderwijs

Door dit stuk te schrijven, schop ik tegen vele zere benen, schrijft leerkracht Erik Roosken. 'Dat spijt me dan, maar het is tijd voor een ander geluid over het basisonderwijs.'

Leerlingen van basisschool Statenkwartier gooien gezamenlijk hun tas in de lucht bij het inluiden van de zomervakantie. Foto anp

Al jaren is er een verhitte discussie gaande over de hoge werkdruk in het basisonderwijs. Meester Mark, volgens mij totaal ongeschikt voor het basisonderwijs, kreeg zelfs een platform in een landelijke krant om te klagen over de werkdruk en te vertellen hoe hij was afgeknapt op het onderwijs. Zal ik eens wat olie op het vuur gooien? Het valt allemaal wel mee. Het echte probleem ligt elders.

Even voor de duidelijkheid, ik ervaar ook weleens werkdruk, maar wie niet? Als ik mijn werk vergelijk met vrienden en familieleden, dan zijn er genoeg bij die minstens net zoveel uren maken, zo niet meer. En dan hebben we het niet eens over de vakanties. En ja, we gaan regelmatig een dagje naar school in de vakantie. Is dat teveel gevraagd met al die weken vakantie? Ja, door dit stuk te schrijven, schop ik tegen vele zere benen. Dat spijt me dan, maar het is tijd voor een ander geluid.

Jammer dan

Er is een aantal zaken dat vaak benoemd wordt als bron van het kwaad. Inspectienormen bijvoorbeeld. Een school, een groep, moet bepaalde resultaten behalen om aan die normen te voldoen. Niks mis met doelen stellen, toch? Ik heb die doelen ook niet altijd behaald met mijn groepen, maar ik heb dat altijd kunnen verantwoorden. Als ik vijf kinderen met dyslexie in mijn klas heb, dan wordt het moeilijk om de doelen te behalen voor spelling en technisch lezen. Als mijn leidinggevenden dat betwijfelden? Jammer dan.

Een ander voorbeeld is administratieve rompslomp. Ik ken leerkrachten die nog net niet iedere scheet of bloedneus vastleggen, maar het scheelt niet veel. Of minder gechargeerd: collega's die het nodig vinden om van ieder oudergesprek, inclusief rapportgesprekken, een verslag te maken. Waarom? Ik heb werkelijk geen idee. Natuurlijk zijn er gesprekken die wel vastgelegd moeten worden, maar administratie heb je grotendeels zelf in de hand.

Nog een voorbeeld: nakijken. Wetenschappelijk is bewezen dat alleen directe feedback of feedback op het leerproces functioneel zijn. Heeft het dan zin om na schooltijd van ieder vak de schriften na te kijken? Nee! Tenzij je met iedere leerling het nagekeken werk gaat bespreken. Je hoeft echt niet ieder schrift na te kijken om te achterhalen wie er moeite heeft met breuken of wie steeds weer 'schaapen' schrijft in plaats van schapen. Dat weet je toch!

Alles dubbelop

Dan zijn er nog de dingen die 'zo leuk zijn voor de kinderen': Kinderboekenweek, projectweek, Sinterklaas, Kerst, voorjaarsontbijt, het nationaal schoolontbijt, een sportdag, een juffendag. Ik kan nog wel even doorgaan. Worden de kinderen daar echt beter of gelukkiger van op school? Ik waag het te betwijfelen. Maar ja, het is zo leuk voor de kinderen. Prima, maar het is niet onze taak. Wij zijn er om bij de kinderen een gedegen basis te leggen voor de rest van hun leven.

Begrijp me niet verkeerd, er is echt wel een hoop mis in het basisonderwijs. Is de kwaliteit van het personeel hoog genoeg bijvoorbeeld? Mijn gevoel zegt dat er op vakinhoudelijk, didactisch en pedagogisch vlak simpelweg te weinig kennis is. Als dat zo is, dan snap ik dat je een hoge werkdruk ervaart. Zet mij in de bankensector of in de bouw en ik word gek. Hoe komt dat dan, hoor ik u vragen. De pabo is simpelweg het afvoerputje van de hogescholen geworden. Meiden die kinderen zo leuk en schattig vinden, jongens die het wel leuk vinden om veel meiden om zich heen te hebben.

De pabo is een 'studie' geworden die iedereen lachend afrondt. Haal je een vak niet? Ga je toch lekker een potje janken bij de desbetreffende docent? Heb je dat broodnodige studiepunt ineens wel. Ja, dat gebeurt. Kortom: stel toelatingseisen aan de eerstejaars pabostudenten en verhoog de kwaliteit van de pabo zelf!

Een ander probleem: waarom verdienen leerkrachten in het middelbaar onderwijs substantieel meer dan leerkrachten in het basisonderwijs? Ze geven meestal één of twee vakken, bereiden een les voor die ze aan meerdere klassen geven en werken met homogene groepen. In het basisonderwijs moeten wij de leerlingen een leerlijn muziek en tekenen aanbieden, moeten we ze leren rekenen en wordt verwacht dat we een gedegen kennis hebben van de geschiedenis. Tevens hebben wij te maken met heterogene groepen, zowel qua gedrag als cognitie. Met een beetje pech heb je een combinatiegroep; dan heb je alles dubbelop. Er wordt heel veel van ons gevraagd. Prima wat mij betreft, maar waardeer dat dan ook.
Kom maar op: nagel me aan de schandpaal.

Erik Roosken is leerkracht in het basisonderwijs.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.