VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Arnhem en Nijmegen

Het tragische einde van pizzeria Pinoccio, vlak om de hoek bij grillroom Corona

Het failliete restaurant ligt aan de kop van de winkelstraat, veertig jaar een bastion, en vlak om de hoek is grillroom Corona nog open. Györgyi liet de tafels schoon en gedekt achter voordat ze huilend vertrok. Het is geen restaurant, zegt ze, het is een half leven, ‘het is alsof iemand overlijdt, zo definitief’.

Ze zegt ook: ‘het is zoals het is’ en ‘het leven gaat door’. Maar bij haar thuis staan de verhuisdozen al tegen de muur: het was een eenmanszaak en Györgyi Kovács is ook privé failliet. Haar huurhuis is duur, duizend euro, en ze weet niet waar de curator straks mee komt; ze trekt met haar tienerzoon in bij haar zus die een kamer heeft vrijgemaakt. Ze is 55 en op zoek naar werk.

Restaurant Pinoccio.Beeld Toine Heijmans

Het is een pizzeria, Pinoccio. Als kind kwam ik daar wel en de vraag die altijd boven de tafels hing was of de lege mandflessen Chianti aan het plafond, een struikgewas, daadwerkelijk waren leeggedronken. Györgyi liet de flessen twee decennia hangen en trok zich niets aan van de trend, dat strakke ongezellige, en nu kun je de ruwgestucte muren zelfs weer hip noemen. Zo komt alles weerom. En zo stort alles plotseling ter aarde.

Het restaurant was van de groepen en de groepjes, ze kwamen vaak om iets te vieren en dan ging Györgyi naar de Hema en kocht ze roze kartonnen wolken voor bij een huwelijksaanzoek, of gouden cijfers voor bij een vijftigste verjaardag. Ik herinner me het vuurwerk in het dessert, na een geslaagd eindexamen. Bij vlagen sociaal werker vroeg ze vaste gasten wat er scheelde, ‘ik zag het in hun ogen als er iets niet klopte’.

Pinoccio was een mycelium van klanten en personeel, alles onderling verbonden, en zo wilde ze het graag. Haar drie kinderen groeiden er zo’n beetje op. Er werkten 27 mensen, Orhan, de pizzabakker, al 18 jaar voorin de zaak. Elke dag verse bolletjes deeg, zijn tempo en zijn overzicht, en hoe ze dan na sluit samen nieuwe recepten bedachten. ‘Het is zo’n grote verantwoordelijkheid.’

Moet ze toch weer huilen.

Direct na de lockdown begon Györgyi met het bezorgen van pizza’s door de stad, in haar eigen autootje, langs de vaste gasten, en het leverde nauwelijks iets op. ‘Ik wist meteen dat het afgelopen was.’ Voor een eenmanszaak is Pinoccio groot, met hoge vaste lasten. De huur van het pand en de inventaris, het kassasysteem, de muziek, de omzet die daarvoor nodig is.

Györgyi Kovács.Beeld Toine Heijmans

Ze heeft gekeken naar de tijdelijke noodmaatregel, de NOW, zodat ze haar mensen kon doorbetalen, maar van de dertigduizend euro aan loonkosten per maand komen er zevenduizend voor haar eigen rekening – en waar haalt ze dat vandaan? De buffer verdampte onder de vaste kosten. De loop was al uit de winkelstraat en alle evenementen in de stad waar ze het van moet hebben, de zomerfeesten, de introductietijd van de studenten, vallen weg.

‘Maar ik ben niet de enige hè. Echt niet.’

‘Geloof mij: het kan jou ook gebeuren. Je bent kwetsbaar hoor, als mens.’

‘Wil je nog koffie?’

Om de hoek bij Pinoccio hebben café Tappers en café Van Rijn spandoeken hangen: ‘Zonder steun van de staat, verdwijnt de horeca uit deze straat.’ Khalid Oubaha, de grote horecaman in Nijmegen en Arnhem, vijfhonderd mensen in dienst, denkt dat eind deze maand tussen een- en tweederde van de zaken failliet is. ‘Er is gewoon paniek’, vertelde hij de Gelderlander. Van Salar Azimi, groot geworden met een hotel diep in Zeeland, kreeg ik een mail waarin hij een ‘catastrofe’ voorziet: ‘de overheid heeft de horeca verplicht hun deuren dicht te doen’ en dient ‘ook voor de gevolgen hiervan zorg te dragen’.

Maar goed – Salar en Khalid hebben allebei een imperium. Györgyi heeft niets meer behalve haar veerkracht.

Horecaprotest.Beeld Toine Heijmans

‘De overheid doet iets voor de grote gemene deler, dat is mooi – maar iedereen heeft een eigen verhaal, en dat zie je niet. Wat het werkelijk betekent voor al die mensen, blijft verborgen.’

Ze kwam naar Nederland voor haar vakantieliefde die ze op haar 15de ontmoette aan de Donau, had poetsbaantjes en leerde de taal, was jaren verkoopster bij De Bijenkorf en nam 22 jaar geleden met haar ex de goodwill over van Pinoccio. Sinds de scheiding, kort daarop, ‘doe ik het helemaal alleen’. ‘Ik hou er zo van om de hele dag bezig te zijn. Het was van ’s ochtends tot middernacht. Het is zó mijn eigen terrein geweest – ik was daar nooit verlegen, terwijl ik het eigenlijk wel ben.’

De stilte nu, het nadenken, het wachten op de berekeningen van de curator: een tegenovergesteld leven. ‘Het is hocus pocus. Al die bureaucratie. Ik wil gewoon weer effe lekker werken.’

Györgyi gaat rechtop zitten, ‘maar als het ene deurtje dicht gaat, gaat misschien een ander deurtje open’. In de krant zag ze een advertentie voor een verkoopster in een bruidsmodezaak. ‘Ik denk: dat wil ik wel. Daar komen vast alleen maar vrolijke mensen.’

Definitief dicht.Beeld Toine Heijmans
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden