Column Georgina Verbaan

‘Het systeem’ van Georgina Verbaan peutert haar iets aan het verstand

Een jaar of vijf terug zag ik een oude man op de tram staan wachten. Of nou, eerlijk gezegd was het nog niet tot me doorgedrongen dat ik naar de oude man keek. Mijn ogen zullen in stand-bystand gestaan hebben, denk ik, alleen aan om naderend onheil te registreren, zoals wilde dieren, mensen met een gebrek aan zelfbeheersing (wilde dieren in het algemeen dus), uit koers geraakte voertuigen en natuurrampen, terwijl mijn brein zijn vertrouwde cirkels draaide zonder dat ik – wie dat ook moge zijn – er erg in had.

Heerlijk is dat. Gewoon even een half uitgeschakeld systeempje zijn dat een beetje door bestanden bladert, in koelstand nog wat extra zuurstof door reeds totaal geoxideerde gedachten blaast. Zoiets is pas vervelend als je bewustzijn niet goed uitgezet is en je kan horen welke domme, nare of willekeurige rijtjes er opgedreund worden, of wanneer je brein blijkbaar heel goed bijhoudt wat je nog allemaal moet doen terwijl je dat zelf zo fijn vergeten was.

Van buiten ziet de half uitgeschakelde denkende mens er mysterieus en diepzinnig uit, maar vaak is zo’n systeem gewoon op zoek naar de plek waar die blauwe sok met het teengat voor het laatst gezien is (ACHTER HET STAPELTJE WACHTENDE BOEKEN NAAST HET BED!) of speurt het als een robot met één taakje naar nieuwe haken om oude zorgen aan op te hangen.

Ook vervelend als je doorhebt dat je in een groef zit. Zoals de groef ‘rijk gevoelsleven, oppervlakkige gedachtenwereld, jammer’. Of: ‘poes poes poes nu kan ik alleen nog denken aan waarom ik niet kan denken poes poes’. Kom daar nog maar eens monter uit.

Maar goed, die oude man dus. Ik kreeg pas door dat ik naar hem keek toen de tram stopte en uit die tram twee meisjes van een jaar of twintig stapten. De man – een gebogen man, ongetwijfeld kleiner dan hij ooit was, de broek los om stokkenbenen, papieren huid, vlezig reukorgaan – veranderde voor mijn beveiligingscamera’s in een jongeman. De meisjes met blote benen (meisjes die pas over twintig jaar beseffen hoe mooi ze nu waren) daalden kletsend uit de tram neer en de jongen in het oude lichaam maakte, zo soepel als zoiets kan met stramme ledematen, een hoffelijk gebaar van ‘na u’ en keek ze kort na terwijl ze doorzweefden, de drukte van de stad in. Ze hadden hem niet gezien.

Zo’n systeem floept blijkbaar ook uit stand-by zodra er pijn geregistreerd wordt. Mooi. Dan spoelt het even terug wat er op band staat, zodat je brein er nog iets van kan vinden, mee kan doen, mee kan voelen. Of helpen natuurlijk. Maar dat kon nu niet. Hij stond er kort ontgoocheld bij en moest toen haast maken om de tram in te klimmen. Eén handje om zich mee vast te houden, de andere bliep bliep met het kaartje.

Dit was een moment dat mijn systeem als belangrijk bestempelde. Een waarschuwing, voor later: er komt een dag dat je in een slecht zittend vleespak zit dat je niet meer uit kunt trekken. Nu, vijf jaar later, schrik ik al steeds vaker van mijn spiegelbeeld. Ik ben trots op dingen die voor een geprivilegieerd westers mens van bijna 40 toch redelijk vanzelfsprekend zijn, zoals van mijn eigen geld chips kopen. Daar vallen de barsten in mijn kop moeilijk mee te rijmen. Eergisteren liep ik op nieuwerwetse grote gympen (het systeem brult bij elke stap ‘Treurig! Triest! Poseur!’) een winkel uit waar ik een tuinpak gekocht had omdat ik naar een festival ging (systeem: ‘TUINPAK?! FESTIVAL?! TRAGISCH!’) en toen stonden daar twee meisjes. Zegt de ene tegen de andere: ‘Waah! Je hebt dezelfde schoenen als die oude vrouw!’ Grmbl. Dankzij die domme gympen nog niet totaal onzichtbaar dus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden