COLUMNArthur van Amerongen

Het station van Faro is net zo moordend lethargisch als Ede-Centrum destijds

Station Ede-Wageningen was mijn poort naar de vrijheid. Daar pakte ik de trein naar Arnhem om drugs te kopen in de Noppensteeg. Vervolgens ging ik hoeren kieken in het Spijkerkwartier en grasduinen bij platenzaak Elpee.

Met veel tegenzin pakte ik de trein terug. Op tijd, want ik wilde het avondeten niet mislopen.

Soms stond de trein stil omdat er weer eens iemand op de rails nabij gekkenhuis Wolfheze was gesprongen. 

Verder gebeurde er nooit iets en wachtte ik vol smart op de dag van de grote ontsnapping.

Station Ede-Centrum daarentegen was de poort naar de hel. Jarenlang moest ik iedere zaterdag met mijn vader mee naar opa in een Barnevelds bejaardentehuis. 

Daar zat ik dan in het boemeltje: knickerbocker, kriebeltrui, strikje en bloempotkapsel. Een aangeklede aap, uitgelachen door de treingasten van die kut-Kippenlijn.

Het stationnetje van Faro is net zo moordend lethargisch als Ede-Centrum destijds, maar ruim een halve eeuw later kan ik zulks wel verdragen. 30 graden in de schaduw, zondagmiddag. Het toeristenseizoen begint, maar reizigers zijn er niet. Op het terras van de stationsrestauratie nippen taxichauffeurs verveeld van hun koffie. 

In de restauratie mogen maximaal twee klanten tegelijkertijd binnen zijn. De snor van de uitbater hangt er nog droeviger bij dan normaal.

Intimiderende corona-oekazes in de verlaten stationshal: 2 meter afstand, mondkapjes en de mededeling dat o livro de reclamações, het klachtenboek, dicht blijft zolang de pandemie duurt.

Wat ik mooi vind aan dit station, is de schijndrukte van het personeel. Het wemelt van kereltjes met non-descripte baantjes, die veinzen zich nuttig te maken terwijl er amper treinverkeer is. 

Het doet me denken aan de luchthaven van Bagdad tijdens Operatie Desert Fox. Er werd niet gevlogen, maar balies, taxfreeshops en wisselkantoren waren – als de pers op bezoek kwam – in vol bedrijf. De Iraakse dinar was zo waardeloos dat de biljetten per kilo werden verkocht. 

De rafelranden van station Faro smeken om een mini-expeditie. Zo staat er een gigantische, verlaten silo. De betonklomp is dermate monsterlijk dat de appartementen die ernaast gebouwd zijn, mooi lijken. Aan de overkant van de Ria Formosa doemt het vliegveld op. Verder een louche sportschool, een rommelig jachthaventje, een verffabriek die vermoedelijk meth produceert en een Homo Ontmoetingsplek met kapotjes in het struikgewas en schunnige teksten op een ruïnemuur, opgevrolijkt met telefoonnummers die een dikke lul beloven.  

Ik slenter terug naar het station en ga een muntje opgooien. Westwaarts naar Lagos of noordwaarts naar Funcheira? Het leven is een tombola.

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden