Column Ionica Smeets

Het schrijnende tekort aan sociale huurwoningen: misschien zou je als Kamerlid dáár eens iets aan moeten doen

Het was een zware week voor de liefhebbers van correct gebruik van percentages. Bij de analyses van de Europese verkiezingen meldden mensen steeds dingen als: ‘De opkomst bij de Europese verkiezingen was dit jaar 51 procent, een stijging van 8 procent ten opzichte van de opkomst van 43 procent in 2014.’ Je kon wel naar je scherm roepen dat dit procentPUNT moest zijn, maar dat hielp niets.

En toen kwam ook nog VVD-Kamerlid Daniel Koerhuis op Twitter met een fabelachtige berekening die liet zien hoe uiteindelijk alle sociale huurwoningen naar statushouders gaan. Volgens een factcheck van de Amsterdamse zender AT5 gaat dit jaar namelijk 13 procent van de Amsterdamse sociale huurwoningen naar hen. Koerhuis rekende vrolijk voor dat dit betekent dat over 7,5 jaar al die woningen naar statushouders zijn gegaan, want ‘7,5 x 13 procent is toch 100 procent’.

Er volgde hoongelach en ongeloof. Econoom Mathijs Bouman rekende uit dat na 1,15 jaar juist al alle woningen naar niet-statushouders zijn gegaan, want 1,15 x 87 procent = 100 procent. Statisticus Casper Albers ging snel vijf bananen kopen, want die waren in de aanbieding: 20 procent korting. Dus gratis bananen! En econoom Marco Haan klaagde dat binnen vijf jaar zijn uitgaven voor 100 procent uit btw bestaan.

Ik kan me haast niet voorstellen dat Koerhuis, die financiële econometrie studeerde, zo slecht is met percentages dat hij echt denkt dat elk jaar 13 procent van de vrijkomende woningen naar statushouders betekent dat na 7,5 jaar alle woningen naar hen zijn gegaan. Een dag later gaf hij toe dat zijn percentages fout waren – maar dat zijn eerdere punt bleef staan dat er meer sociale huurwoningen worden toegewezen aan statushouders dan dat er worden bijgebouwd. Dit is een absurde vergelijking. Jaarlijks komen naast die nieuwbouw ook bestaande woningen vrij en van dat totaal gaat 87 procent níét naar statushouders.

Weet je wat je ook zou kunnen zeggen als Kamerlid met de portefeuille Wonen en Bouwen? Dat het grote probleem niet in die 13 procent woningen voor statushouders zit, maar in het schrijnende tekort aan sociale huurwoningen. Misschien zou je dáár eens iets aan moeten doen in plaats van te roepen dat het oneerlijk is dat statushouders voorrang krijgen.

In Amsterdam is de gemiddelde wachttijd voor een woning nu zestien jaar. Per jaar komen er zo’n zesduizend huizen beschikbaar. Dat betekent dat je op de wachtlijst ongeveer 96 duizend wachtenden voor je hebt. Als per jaar 13 procent van de woningen naar statushouders gaat, dan blijven er per jaar 5.220 huizen voor de wachtlijst over. Met nog steeds 96 duizend wachtenden voor je moet je dan achttien en een half jaar wachten. Maar wat is nu het grootste probleem? Die volkomen belachelijke wachtlijst van zestien jaar of die tweeënhalf jaar extra die er bovenop komt als statushouders voorrang krijgen? Het lijkt mij geen heel ingewikkelde vraag, maar ja, ik ben dan ook geen VVD-Kamerlid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden