ColumnPeter Middendorp

Het romanschrijven trekt, lonkt en lokt, tot ik aan niets anders meer kan denken

Schrijven kost tijd. Goed schrijven kost zelfs krankzinnig veel tijd, heeft Peter Buwalda in een interview gezegd. Een eindeloze, kalme zee van tijd heb je nodig, zodat je kunt verdwijnen in een diepe concentratie waarin bijna alles wat je meemaakt en bedenkt wel speciaal lijkt ontworpen om jouw verhaal verder te helpen. Voor anderen ben je onuitstaanbaar, op zijn best monomaan, maar voor jezelf is het heerlijk, als je erin zit.

Als je eruit komt, één, twee, drie jaar later – hoelang het deze keer gaat duren, weet je niet, maar dat het lang zal zijn, kun je op grond van eerdere ervaringen wel op je vingers natellen – moet je je leven weer hernemen. Wat er tegen die tijd tenminste nog van over is. Na elke roman minder. (Wat dat betreft ben ik ook blij met mijn vriendin en onze dochter, ons gezin. Die meiden kunnen nergens anders naartoe, die wónen hier.)

‘Mijn leven is door poëzie verpest’, schreef Menno Wigman in ‘Misverstand’, een gedicht uit de bundel Zwart als kaviaar (2001). Het is een vroege regel, de grote dichter had al vroeg in de smiezen hoe het zat. Intussen is Wigman (1966-2018) jong gestorven, twee jaar geleden alweer, en ik vrees weleens dat we in zijn biografie, die Librisprijswinnaar Rob van Essen gaat schrijven, zullen lezen hoe letterlijk we die regel hadden kunnen nemen, vooral in de beschrijving van de laatste jaren.

De diepe concentratie trekt, lonkt en lokt zoals de gokhal vroeger ook zo mooi kon doen, met al die prachtige lichtjes en kansen op geluk. De lokroep van de concentratie wordt steeds sterker. Onrust. Ergens staan en denken: waarom ben ik niet aan het werk? Waarom zit ik niet verkrampt achter een toetsenbord? Wat doe ik hier? Waar slaat dat op? Wie heeft mij hiernaartoe gebracht?

Als je een roman hebt geschreven, lijkt het alsof je daarmee ook een contract hebt getekend, zei Peter Buwalda eens, meen ik, in hetzelfde of een geheel ander interview, dat je automatisch verplicht tot het schrijven van een nieuw boek, en dat weer tot het volgende. Maar er is altijd de mogelijkheid een afslag te nemen. Boswachter te worden, manager, verkeersregelaar. Al is dat natuurlijk ook weer zoiets.

Deze keer wordt het wel veel beter, zegt de duivel. Anders, zegt hij. Het boek wordt ook gewoon beter, deze keer wordt het echt een goed boek. Je kijkt hem aan, je trekt een wenkbrauw op. Nou, zegt hij, niet béter, dat bedoel ik niet, je vorige roman was ook al ontzettend goed natuurlijk, kon niet beter, bijna. Maar ditmaal zullen de mensen ook met zijn allen zien hoe goed het is. Er zal van je gehouden worden. Dát bedoelt de duivel.

Dus ik geloof dat ik toch maar ga beginnen. Ja, ik begin. Ik hoop dat iedereen er na afloop nog is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden