ColumnMax Pam

Het RIVM triomfeert niet alleen over de boer, maar over alle mensen

Vorige week ben ik verhuisd, een operatie die nog ingrijpender is dan ik had verwacht. Dozen in- en uitpakken, weggooien en bewaren, meubels verplaatsen, douche-koppen en lichtknoppen vervangen, wifi aansluiten, gesneuveld servies bij het vuilnis zetten, enzovoort; kortom een nieuwe omgeving inrichten en een nieuw leven beginnen. Zwaar, maar het geeft je ook het gevoel dat je op het punt staat een onbekend continent te ontdekken.

Aan wie verhuist, gaat de wereld geheel voorbij. Ineens wordt de vraag waar de schemerlamp moet staan belangrijker dan de bekommernissen over het klimaat. Tijd om televisie te kijken is er niet en de kranten werden nog op het oude adres bezorgd. Maar toen na een aantal dagen de contouren van werk-, slaap- en huiskamer zichtbaar begonnen te worden, besloot ik mij naar buiten te wagen.

Het eten in mijn oude huis had ik weggegooid in de opbeurende gedachte dat bij een nieuw leven ook een voorraad hoort van verse en nog ongeopende waren. Ik zag, op een schaal gelegen, een rijk boeket voor me van appelen en peren, van avocado’s en citroenen, en van glanzend rode tomaten. En een ijskast vol drank, kazen en appeltaarten, een waar luilekkerland voor de inwendige mens.

Buiten wachtte mij een verrassing.

Het was in de vroege avond, maar de straten waren uitgestorven. Waar ik ook fietste: geen mens te zien. Ik voelde mij als Jonathan Strong, de hoofdfiguur uit Het verstoorde mierennest van Kees van Bruggen (1874-1960). Laatstgenoemde was de echtgenoot van de bekende schrijfster Carry van Bruggen. De roman werd gepubliceerd in 1916, het hoogtepunt van de Eerste Wereldoorlog, toen ook velen dachten dat het einde der tijden nabij was.

Het boek gaat over een mijnwerker die diep in een Limburgse schacht aan het werk is als de aarde wordt getroffen door een alles verwoestende natuurramp. Wanneer hij naar boven weet te komen, bemerkt Jonathan dat hij de enige overlevende is en begint hij zijn zoektocht door een uitgestorven Nederland.

Maar anders dan Jonathan zie ik geen doden die in allerlei houdingen op straat liggen. Wel zie ik plotseling een kluwen mensen voor een supermarkt. Het lijkt een opstootje. Omdat ook ik inkopen moet doen, houd ik halt. Als ik de winkel wil binnengaan, deinzen de mensen voor mij terug en achter mij hoor ik iemand zeggen: ‘Pas op, een kwetsbare oudere!’

Eenmaal binnen wacht mij een nieuwe verrassing, want daar is een ware veldslag aan de gang. De meeste schappen zijn leeg en mensen vechten om de resterende rollen wc-papier. Ik vlucht naar buiten en overal waar ik mijn voetstappen zet, wijken de mensen uiteen. Hijgend bereik ik mijn fiets en verdwijn in de invallende duisternis. Onderweg kom ik een rij wachtenden tegen, die zich om drie huizenblokken slingert. De wachtenden staan te queuen voor een coffeeshop. Ik moest denken aan onze minister van Volksgezondheid, die nog geen maand geleden zei dat drugsgebruikers een eigen verantwoordelijkheid dragen en daarom moeten beseffen dat zij door hun gebruik ook de onderwereld steunen. Maar nu even niet. In tijden van nood komt eerst het blowen en dan pas de moraal.

Durft men het aan om de hele economie tot stilstand te laten komen? Oliver Stone vroeg Fidel Castro in een interview naar zijn favoriete film.

Jaws’, zei Fidel tot verbazing van de interviewer. Maar dat is toch een amusementsfilm, wierp Stone tegen. Fidel legde uit: in Jaws willen de autoriteiten de stranden niet sluiten voor publiek, omdat zij onder druk staan van de plaatselijke ondernemers die bang zijn dat zij anders inkomsten zullen missen. Liever dan failliet te gaan, nemen ze het risico dat weer een zwemmer door een haai wordt opgegeten.

Fidel zag hierin een allegorie, waarbij het kapitalisme bereid is menselijk welzijn op te offeren voor economische winst. Zoals het momenteel gaat, lijkt het erop dat Fidel geen gelijk krijgt. Veel regeringen leggen hun economische activiteiten vrijwel geheel plat om hun burgers te beschermen tegen de pandemie. ‘Te laat’, zou Fidel nog kunnen zeggen: ‘Eerst moesten er doden vallen.’

Als kwetsbare oudere fietste ik terug naar huis. Ik belde mijn zoon of hij misschien boodschappen voor me wilde doen. Die kwam hij de volgende morgen brengen, tenminste voor zover er nog wat in de schappen lag. Thuis zette ik de televisie aan en hoorde de minister-president zeggen dat we ons lot in handen moeten leggen van de wetenschap. Het RIVM triomfeert deze dagen niet alleen over de boer, maar over alle mensen, en zelfs over God die ook machteloos zwijgend toekijkt.

En verder weet ieder kind al dat het heerlijk is om ziek thuis te zitten, vooral als je niet ziek bent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden