Column

Het recht om te discussiëren moet worden verdedigd, maar discussieer dan ook

Foto de Volkskrant

Een opstootje in Londen. Tientallen demonstranten verdringen zich rond een jongeman met een protestbordje. Hij staat met zijn rug tegen een bakstenen muur. 'Fuck off', roepen ze. 'We don't want you here!'

We zien politie, fotografen, maar vooral veel boze mensen. Een vrouw loopt naar de jongen toe, ze schreeuwt tegen hem. Ze heeft een stuk karton vast. 'F**K OFF NAZI SCUM', staat erop.

Maar de jongen fuckt niet off, hij blijft staan. Alleen. Met zijn bordje. 'I believe in...' begint hij zachtjes, maar de vrouw schreeuwt: 'I don't care what you believe, I believe in no nazis!'

Dan komt een ander meisje in beeld. Ze draagt een muts en een zonnebril. 'Kom', zegt ze tegen de rest, 'we dekken deze shit af.' Nu gaat iedereen vlak voor de jongen staan, zodat zijn bordje niet meer te zien is. Ze proberen het van hem af te pakken.

Inmiddels vraagt u zich waarschijnlijk af wat er in godsnaam op dat bordje van die jongen staat. Het moet iets verschrikkelijks zijn, zo walgelijk dat de politie niet eens ingrijpt als die jongen wordt belaagd. We zullen de video een klein stukje terugspoelen, zodat de tekst weer goed in beeld is. Er staat, in het Engels: 'Het recht om openlijk te discussiëren over ideeën, moet worden verdedigd.'

Echt waar.

Wat context: de beelden zijn van 25 februari, bij een galerie die LD50 heet. Daar is een tentoonstelling geweest met Amerikaanse 'alt-right' kunst en er zijn bijeenkomsten gehouden met extreem-rechtse sprekers.

De galeriehoudster heeft zich in privésfeer positief uitgesproken over de 'moslimban' van Trump en dat is uitgelekt. De demonstranten zijn 'antifascisten', die eisen dat de galerie wordt gesloten. De jongen met het bordje heet D.C. Miller en is zelf geen nazi.

Vooral dat laatste maakt het een absurde vertoning. Die jongen vindt ongetwijfeld, net als u en ik, mensenrechten belangrijk. En dat racisme slecht is, dat mannen en vrouwen dezelfde rechten moeten hebben. Precies wat die demonstranten ook vinden dus.

Toch zijn hij en de demonstranten in twee totaal verschillende kampen terechtgekomen, waarvan één kamp in dit geval dus niet eens meer wil luisteren.

Nu wil ik niet de vervelende kwast zijn die midden in een verhitte discussie zijn handen omhoog steekt en bezwerend roept dat we het eigenlijk gewoon best wel eens zijn met zijn allen, want dat is ook weer niet zo.

Maar de beide kampen in het debat rond racisme, immigratie, globalisering, etcetera (ja, veel te vaag, weet ik, uzelf past bijvoorbeeld absoluut niet in zo'n hokje, dat klopt, maar u weet wat ik ongeveer bedoel), die kampen bestrijden elkaar met zo'n verbetenheid dat bijna niemand meer over de werkelijke twistpunten praat.

Anders dan je zou denken op basis van de wederzijdse haat, zit het verschil van mening namelijk niet in de vraag of we de sharia moeten invoeren. Ook 'op links' wil vrijwel niemand dat. En er hangen 'op rechts' verrassend weinig posters van Hitler boven de bedden.

Het grote conflict gaat niet over grondrechten of over goed en kwaad, maar over de vraag welke grondrechten het méést in gevaar zijn en hoe groot dat gevaar precies is.

Het andere kamp moet kapot omdat men daar een andere inschatting maakt van de grootste dreiging. En, daar zijn beide kampen het over eens: het is vechten tegen de bierkaai, want het andere kamp is véél machtiger.

Het gevolg daarvan is dat iedereen steeds maar dapper tegen de - in zijn ogen - heersende wind in leunt: je deelt bijvoorbeeld niet de ergste rampen op sociale media, maar de rampen waarvan je het gevoel hebt dat het andere kamp er te weinig aandacht aan besteedt.

Ter compensatie, zeg maar. Als underdog. En dat zijn steeds dezelfde dingen, waardoor het andere kamp denkt dat jij volstrekt monomaan bent.

En zij - ook underdog - zien jou niet tegen de heersende wind in leunen, maar juist met de heersende wind meewaaien! Dus zij gaan dáár weer tegen compenseren, waardoor niemand er ooit meer aan toekomt om uit te leggen wat hij zelf precies vindt, dus los van hoe stom de tegenstanders zijn.

Zelf vind ik dat het recht om te discussiëren over ideeën best wat vaker mag worden gebruikt om te discussiëren over ideeën.