Verslaggeverscolumn Margriet Oostveen in Utrecht

Het rapport over de zaak-Hümeyra is zeer Nederlands

. Beeld .

Het 61 pagina’s tellende ‘Inspectieonderzoek naar de aanpak van stalking door Bekir E.’, verdacht van de moord op de 16-jarige Rotterdamse Hümeyra, blijkt bij lezing behalve vernietigend ook zeer Nederlands. De details die de Inspectie Justitie en Veiligheid opsomt, gaan niet alleen over dit meisje. Ze zeggen veel over de manier waarop we hier omgaan met het stalken en vermoorden van vrouwen.

De reclassering grijpt niet in als E. zijn meldplicht niet nakomt. Het OM seponeert voorwaardelijk een zaak die hem van de straat had kunnen halen. De politie let te veel op bewijslast en te weinig op bescherming en doet zelfs dagen niets in als E. een foto met wapens naar Hümeyra stuurt – fatale dagen.

In Nederland worden zo’n dertig vrouwen per jaar vermoord door partners of exen. Volgens de zogeheten ‘Istanbul’-conventie van de Raad van Europa hebben alle burgers recht op bescherming bij huiselijk geweld. Een zware opgave voor de politie: alleen al in de regio Rotterdam zijn volgens het CBS in 2018 1.830 gevallen van bedreiging en stalking geregistreerd. Juist daarom is een goede risicotaxatie zo belangrijk. En daarvoor bestaan ook prima instrumenten, zoals vragenlijsten. Maar die worden veel te weinig gebruikt.

Demonstratie in Rotterdam na de dood van Hümeyra. Beeld Foto ANP

Eén van de voornaamste oorzaken is de Nederlandse neiging in hokjes te blijven denken: stalking en partnerdoding wordt nog steeds beschouwd als een ellendige privézaak, of iets van bepaalde milieus. (Ex-)-partnerdoding wordt ook al snel en vaak ten onrechte geassocieerd met eerwraak.

Terwijl het in meerderheid om autochtone Nederlanders gaat. Overmorgen kan ieders dochter door domme pech een stalker treffen – dit besef kwam nogal dichtbij toen vorig jaar schuin boven mijn buurtcafetaria Jolidé in het kalme Utrecht-Oost studente Laura Korsman (24) door haar stalkende ex werd vermoord.

De EU noemt dit niet voor niets ‘féminicide’. Vier jaar geleden was een andere opvallende miskleun de moord op verpleegkundige Linda van der Giesen in Waalwijk, doodgeschoten door haar ex. Dat is toen ook vastgesteld door de commissie-Eenhoorn en daarna zou iedereen stalking toch echt serieuzer nemen, er kwamen richtlijnen. Maar de ‘werkinstructie stalking’ werd voor Hümeyra opnieuw niet gebruikt.

Een verklaring begint bij de lange lijst van 27 ondervraagde betrokkenen die zich bij de politie, reclassering, het Openbaar Ministerie en de hulpverlening op zeker moment bezighielden met Hümeyra.

Er waren maar liefst 27 personen bij verschillende hulpdiensten bezighielden met Hümeyra.

27, ja. Terwijl Hümeyra en haar zussen Raziye en Tugba in een periode van ruim zeven maanden in totaal 28 keer doodsbang de politie belden. Toch werd die ‘stelselmatigheid’ onderschat. Nergens, behalve bij Slachtofferhulp, leek de ernst van de situatie definitief door te dringen.

Eén tekenende passage uit het onderzoek: Hümeyra wordt door de politie op de juiste manier aangemeld bij Veilig Thuis, voor geweld, bedreiging en stalking. Maar Veilig Thuis beschouwt de zaak dan op eigen houtje toch weer als een kwestie van eerwraak. Daarom krijgt Hümeyra een afspraak met een medewerker ‘eergerelateerd geweld’. En niet, zoals had gemoeten, met de medewerkers die zijn gespecialiseerd in stalking. ‘Hierdoor krijgt de zaak vanaf het eerste moment niet de juiste aandacht en richt Veilig Thuis zich onvoldoende op de bescherming van Hümeyra.’

Aan deskundigheid ontbrak het dus niet. Achterin het rapport staan de ‘respondenten’ keurig opgesomd. De ‘programmamanager huiselijk geweld en kindermishandeling’. De ‘strategisch adviseurs’. De ‘inhoudelijk expert stalking’. De ‘adviseur eenheidsleiding’. De ‘doelgroepen-coördinator’. De ‘regiosecretaris’. De ‘productmanager toezicht’, enzovoort, enzovoort.

Alles keurig geregeld en gecompartimenteerd, want zo efficiënt werkt Nederland nu. Dit land zit tjokvol professionals, allemaal prettig beschut door hun eigen functieomschrijving.

Familie en vrienden van Hümeyra bij de rechtbank. Beeld Foto ANP

Het onderzoek naar de moord op Hümeyra leest daardoor als een lange opsomming van deelverantwoordelijkheden. Iedereen kon zijn bijdrage in de zaak-Hümeyra netjes afbakenen en afvinken en de kwestie vervolgens doorschuiven naar de volgende in ‘de keten’. Bijna iedereen faalde, maar niemand voelde zich verantwoordelijk. Bij de hulpverlening rond verwarde personen zie je nu overigens hetzelfde gebeuren.

Niemand nam ook verantwoordelijkheid. Zelfs minister Grapperhaus van Justitie toonde zich woensdag enorm ‘verbijsterd’ en ging zo handig voorbij aan het feit dat de burgerrechten van Hümeyra onder zijn verantwoordelijkheid op navrante wijze zijn geschonden.

Terwijl de situatie al bij de allereerste aangifte ernstig genoeg was. De politie meldde haar toen aan voor een zogeheten ‘ZSM-aanpak’. Dat staat voor ‘Zorgvuldig, Snel, op Maat’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden