ColumnPeter Buwalda

Het raden van de waarde van de snuifdoos werkt verslavend

Beeld .

Voor de televisie, in tegenstelling tot in de bioscoop of het theater, kun je ongestoord dingen roepen. Wordt nog weleens onderschat, dit voordeel. Wij zetten de tv om de haverklap op pauze, voor uitvoerige tussenevaluaties, korte sketches, dan wel handgemeen over het gebodene. Robs Coronashow kan op die manier wel drie kwartier duren, bijvoorbeeld. Toch is er een programma dat qua terugpraten met kop en schouders boven het overige aanbod uitsteekt, en dat is, mag ik een roffeltje:

Tussen kunst en kitsch. Vreemd, maar ik kan geen minuut naar Tussen kunst en kitsch kijken zonder luidkeels iets te verkondigen. Nu lokt het programma dat natuurlijk uit, het raden van de waarde van de snuifdoos of het herderstafereeltje zit er als een schmiechtig quizelement doorheen geweven, niet alleen werkt het verslavend, je wilt er altijd ‘nog eentje dan’. Bovendien houd je jezelf keihard voor de gek, je begint oprecht te geloven geïnteresseerd te zijn in soepterrines en medaillons. Goh, wat boeiend, dat de Chinezen hun porselein in ovens bakten, ik dacht in de koekenpan, maar eigenlijk is alles plaatsvervangende, uitgestelde hebberigheid – hoho, hoor ik u denken, spreek voor jezelf, maar terwijl Sissing en de dienstdoende pochet hun toneelstukje opvoeren, zit je frontale kwab zwetend op geld te wachten, zo veel mogelijk geld, liefst meer dan tienduizend pietermannen, ­anders valt zo’n door Piet Hein verscheept bord toch nog tegen.

Het is trouwens geen raden meer, eigenlijk, na een kwart eeuw goed opletten is het feitelijk hardop contrataxeren. In de jaren ­negentig zat ik er nog ­weleens een nul naast, ­tegenwoordig is het ­vaker andersom.

Het zijn heerlijke lui, de experts. Ook daarom kijk ik, vroeger uit ontzag, en nog steeds wel hoor, maar tegenwoordig vooral om ze te ontmaskeren. Ze kleden zich niet alleen verdacht, ik zou zeggen als Mart Smeets op Eerste Paasdag, ze hebben ook allemaal een smartphone.

Daarom probeer ik het zelf weleens, de televisie stopzetten en onvoorbereid een prietpraatje afsteken, bijvoorbeeld over een befaamde zilversmid die eind 17de eeuw in Luik werkzaam was, waar ‘in die ­periode’ dit soort versierde schoenlepels speciaal voor de Pruisische markt werden ‘vervaardigd’, omdat men ‘in die stijlperiode’ in ‘Duitse deelstaten’ grote voeten had maar heel kleine varkensleren schoentjes – ‘Stop maar. Mislukt.’

Een andere favoriet is een verhaal zo slecht mogelijk afmaken. Niet op de geijkte manier, te weten ­zo veel mogelijk verwachting scheppen, en dan met een heel laag prijsje aankomen – dat gebeurt vanzelf wel, heerlijk natuurlijk, nee, een referaat verzinnen dat beroerd genoeg is om de expert op staande voet te ontslaan.

Gisteren nog was er in de uitzending een mevrouw met drie schots en scheve pottenbaksels, in grootte variërend van een flinke pennenbeker tot, leek ons, een plantenbak. Er stonden een soort Egyptenaren op geschilderd.

‘Maya’s’, zei de pochet met een stalen gezicht. ‘Drinkbekers. Hier dronken de welgestelden tijdens liturgische diensten cacao uit.’

In de grootste bak schudde je makkelijk zes pakken Chocomel leeg. Ik zette hem op pauze. ‘Kul. Hij weet het niet. Schitterend. Het zijn eierdopjes. Hij had moeten zeggen: ja, hierbij veren we meteen op, dit zijn Etruskische eierdoppen, en nu zult u zeggen, waren de eitjes in de Middeleeuwen zo groot? Ja, nee, maar, en dat kunt u ook niet weten, de Etrusken aten in die periode gekookte dinosauruseieren.’

En dan de tune.     

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden