ColumnJoost Zaat

Het protocol dat we als prikkers gebruiken, is op sommige punten raadselachtig

null Beeld

‘Ik heb geen zin, doe hem maar in mijn rug of zo.’ Het is even over half negen, als we vier man sterk, voorzien van spuiten, dozen handschoenen, gaasjes en ander spul, een speciale koelbox met vaccins én een crashkoffer voor calamiteiten een huiskamer binnenlopen, waar vijf dames met geheugenproblemen hun ontbijtje verorberen. Veel te vroeg als je normaal nooit voor 9.00 uur gewassen bent. Maar nu moet je, oud en in de war, klaarzitten omdat er wildvreemden langskomen met een of andere gemene prik. De stemming zit er nog niet helemaal in. Een oude dame laat op zich wachten omdat ze een sok mist. We nemen de tijd, haasten heeft nooit zin.

Ik vorm samen met een coördinator en twee assistentes een van de twee teams die deze week in mijn regio mensen in tachtig ‘kleinschalige woonvormen’ vaccineren. In die huizen wonen ouderen of mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. In zes dagen vaccineren twee teams bij elkaar dik 1.900 mensen. Van alles moest er van hen verzameld worden: of ze epilepsie hadden, overgevoeligheden, welke bloedverdunners ze gebruiken, of ze klachten hadden, of ze wel wilden, of hun familie het wel wilde, of ze het wel goed vonden dat gegevens naar het RIVM gingen. Eindeloos veel werk voor de mensen van de huisartsenpost, maar ook voor medewerkers van de locaties zelf. Verzorgenden moeten iedereen op tijd klaar hebben. Ze moeten de slomerds een beetje opjutten, maar de zenuwlijers juist niet verder over de rooie drukken. Tafels, prullenbakken, stoelen om na de prik een kwartiertje te zitten want in het protocol staat nu eenmaal dat dat moet. Een ernstige allergische reactie is zeldzaam, 1 op de 2,5 miljoen, maar we laten net-gevaccineerden braaf een kwartiertje wachten met een post-it op hun borst of rolstoel met de tijd waarop ze weer weg mogen.

Ik ben er voor de medische vragen. Het prikken zelf is in een paar seconden klaar, de voorbereiding duurde weken. Achteraf moet er ook van alles weer geregistreerd worden.

Het protocol dat we als prikkers gebruiken, is op sommige punten raadselachtig: je mag wel – hoewel niet te veel – met een flesje vaccin lopen, maar je mag niet met een al gevulde spuit de trap op, als er toevallig iemand een verdieping hoger ligt. Het flesje mag niet in lift want dat is vervoer en per flesje mogen er maar een beperkt aantal vervoersminuten zijn. Net als mijn tijdelijke prikcollega’s besluit ik dat ergernis over onlogica verspilde energie is. Het houdt de boel ook niet op. Het hele circus is nu eenmaal ingewikkeld, maar niet half zo belastend als de covid-19 die fors heeft huisgehouden in een aantal huizen waar we kwamen. De opluchting van alle verzorgenden was zo voelbaar en zo ontroerend. Ik hoop zo dat iedereen nog even vol wil houden. Is dat terrasje nu werkelijk een eerste levensbehoefte? Zonde als we op de valreep van het licht voor de derde keer struikelen.

Joost Zaat is huisarts.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden