ColumnFrank Heinen

Het probleem is: de verbazing over persconferenties helpt niets. Gewoon: niets

null Beeld
Beeld

De persconferentie van vrijdag had ik aan me voorbij laten gaan. Je weet ongeveer wat er gedecreteerd gaat worden, je weet ongeveer welke verantwoordelijkheden zullen worden afgeschoven en je weet dat je de excuses er op eigen houtje zult moeten uitvissen, als een steentje uit een stuk gebak. Of eerder: andersom.

Wel trakteerde mijn YouTube-algoritme me zaterdag op een interview met minister De Jonge door radiostation Slam FM. Af en toe wordt hij als een soort verkenner richting YouTube gestuurd, om zijn teen in het water te steken en te checken wat de temperatuur is bij iedereen onder de 25. Het eerder opgenomen gesprek ging over vakanties. Prima timing. De Jonge ging lekker naar Italië, cohost René van Meurs naar Frankrijk: ‘Ik moet nog een prik, en dan krijg ik een QR-code.’

‘Mooi man’, zei De Jonge, met ingetogen bewondering over zo’n gesmeerde organisatie. Even later vroeg rapper Willie Wartaal of De Jonge zichzelf goed vond.

‘In mijn werk wel.’ En wat had hij dan het best gedaan? ‘Hard werken.’

Er wordt ongetwijfeld hard gewerkt. Waanzinnig hard misschien wel. Zó hard zelfs dat de minister vrijdagavond in het vragenrondje na de persconferentie een geringschattend grinnikje niet kon onderdrukken toen een verslaggever van SBS informeerde of hij eigenlijk wel kon aanblijven, gezien de puinhoop. Welke fouten De Jonge zichzelf aanrekende?

‘Daar zul je over moeten evalueren.’ Evalueren klinkt als: commissie, nog een commissie, stroperige gesprekken en een mild-kritisch rapport voor onder in de la. Kennelijk had er in het weekend toch al een kleine voorevaluatie plaatsgevonden, want op maandagochtend kwam eerst minister Grapperhaus terug op zijn jolige mondkapjesafscheidslied (‘Onhandig’) en even later serveerde de premier nog een halfbakken excuus: ‘Jullie vroegen reflectie van ons, en het is onterecht dat we die niet gaven.’ Er was sprake geweest van een inschattingsfout.

Het had eerlijk gezegd meer weg van een fout van de meer strategische soort: op vrijdagavond live je eigen misser raak praten, en daar op maandagochtend omzichtig op terugkomen. Vaker gezien, vaker gehoord: het zijn vaste patronen waar een heel land inmiddels in stomme verbazing bij staat toe te kijken.

Het probleem is: die verbazing helpt niets. Gewoon: niets. Gisteren deed Teun van de Keuken in deze krant al kond van zijn verbijstering over de persconferentie en in Nieuwsuur zat zaterdag gedragswetenschapper Reint Jan Renes, voormalig lid van de RIVM-gedragsunit, zo beleefd mogelijk met zijn oren te klapperen over de blinde vlek die bepaalde politici kennelijk voor de gevolgen van hun eigen, harde werk (en hun eigenwijsheid) hebben.

Toch maar even dat hele nationale slechtnieuwsgesprek teruggekeken. Twee mannen in de fictie van het eigen gelijk. Geen excuses, slechts een slepend exposé over achterblijvende vaccinatiegraad in bepaalde gebieden en jongeren die ouderen besmetten en nog wat zaken die je een paar weken geleden, zeg maar zo rond ‘Dansen met Janssen’ en ‘Lekker op vakantie, leuk juist!’ al op je klompen had kunnen aanvoelen.

De Jonge en Rutte, als de mannen uit een belegen witz die op de autoradio horen van een spookrijker, waarna een van hen uitroept: ‘Eén? Ik zie er wel tachtig!’ Na de onvermijdelijke botsing krijg je vervolgens een abstract kunstwerk van taal dat je als excuus wordt verkocht, maar dat, als je het ondersteboven hangt, ook best voor een zelffelicitatie zou kunnen doorgaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden