Column Hassan Bahara

Het politiek correcte mediacomplot van plotselinge interesse in Marokkaans-Nederlandse voetballers

Wat doen wij hier in godsnaam?

Feyenoordspeler Sofyan Amrabat lijkt het ook niet te geloven. Joep Schreuder, sterverslaggever van de NOS, in het piepkleine Chayka Stadion in de Centraal-Russische stad Voronezh, om verslag te doen van het Marokkaans elftal?

‘Reis je ons echt overal achterna?’ vraagt Amrabat aan Schreuder.

Voronezh – een stad van één miljoen mensen in het zuiden van Centraal-Rusland – ligt op honderden kilometers van de dichtstbijzijnde speelsteden tijdens dit WK. Hier is het Marokkaanse elftal neergestreken om rustig te herstellen van de wedstrijden en om de WK-drukte te ontlopen. Om er te komen ben je minstens een dag kwijt aan vliegen, en aan het eind van de reis land je op Voronezh International Airport, dat – zijn internationale ambities ten spijt – maar één landingsbaan telt.

Inderdaad. Wat doet Joep Schreuder en de rest van zijn tv-ploeg hier in godsnaam? Wat doet de Volkskrant hier?

Armoede, is het meest logische antwoord. Oranje doet niet mee, dus storten wij, Nederlandse persmuskieten, ons op the next best thing: Marokkaans-Nederlandse voetballers.

Frankrijk speelt wel op dit WK, dus is er geen Franse journalist te bekennen in het Chayka Stadion waar het Marokkaanse elftal zijn dagelijkse trainingen houdt en persconferenties geeft. Terwijl: acht van de drieëntwintig Marokkaanse voetballers zijn geboren en getogen in Frankrijk. En waar is de Belgische pers om de twee Marokkaanse Belgen in dit elftal te volgen? Oja, die zoemen rond de Moscow Country Club rond, waar het Belgisch elftal zich voorbereidt op zijn WK-wedstrijden.

Perschef van het Marokkaanse elftal Dounia Lahrech trekt een wenkbrauw op als verslaggever dezes tijdens de persconferentie in het Engels zijn naam en werkgever noemt. Ze denkt: wat is dat toch voor een Nederlandse obsessie met dit elftal?

Die relatief flinke journalistieke afvaardiging uit Nederland voelt vooral gek aan als je het afzet tegen het aantal Marokkaanse journalisten in het Chayka Stadion. Dat zijn er maar een handjevol. Nog een Nederlandse verslaggever erbij en de voertaal had net zo goed Nederlands kunnen zijn.

Vlak na de wedstrijd tussen Iran en Marokko in Sint-Petersburg van afgelopen vrijdag viel het Nederlandse media-aandeel ook al op. In de mixed-zone – ruimte waar media en voetballers elkaar ontmoeten – leek er op elke Marokkaans-Nederlandse voetballer één Nederlandse verslaggever aanwezig te zijn. NOS (tv én radio), de Volkskrant een andere Nederlandse sportjournalist wiens naam mij niet meer te binnen schiet, en vast nog een paar andere Nederlandse vakbroeders en zusters die ik gemist heb.

In Nederland wordt de aandacht voor de Marokkaans-Nederlandse voetballers inmiddels een politiek correct mediacomplot genoemd, bedoeld om ons te doen geloven dat multiculturaliteit zo’n geweldige uitvinding. De rest van Nederland geeft minder om deze jongens. EenVandaag vroeg 22.000 Nederlanders naar hun minst favoriete team op dit WK. Marokko eindigde op de vierde plek: achter Rusland, Saoedi-Arabië, Iran, en voor aartsvijand Duitsland.

Zit je daar, in Voronezh. Stukjes te tikken over een elftal dat in Nederlandse ogen onderdeel is van de as van het kwaad.

Misschien verklaart dat ook wel de ongeloof in Sofyan Amrabat’s vraag aan Schreuder. ‘Reis je ons echt overal achterna?’ Amrabat weet: mooi en aardig, al die Hollanders in Voronezh, maar de Nederlandse pers staat in Nederland moederziel alleen in haar warme belangstelling voor de Leeuwen van de Atlas. 

Meer over