Opinie het parlement

Het parlementaire stelsel van Nederland is aan verandering toe en dan met name de Eerste Kamer

De Eerste Kamer moet democratischer worden. De Amerikaanse Senaat kan als voorbeeld dienen, betoogt promovendus  geschiedenis Matthijs Tieleman.

Pia Dijkstra (D66) en Minister Bruno Bruins van Medische Zorg en Sport in de Eerste Kamer tijdens het debat over het donorregistratiesysteem, 6 februari 2018. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Afgelopen zomer presenteerde de commissie-Remkes, de staatscommissie die onderzoek doet naar het verbeteren van het Nederlandse parlementaire stelsel, een tussenrapport met suggesties voor hervormingen van de Nederlandse democratie. Hoewel het rapport een reeks goede voorstellen bevatte, was de commissie muisstil over eventuele hervormingen van de Eerste Kamer. De Nederlandse senaat is ook opvallend afwezig in nationale debatten over democratische hervormingen. Jammer, want de Eerste Kamer is wellicht het meest ondemocratische en problematische instituut van het Nederlands parlementaire stelsel en het meest aan hervorming toe.

‘Niet meer van deze tijd’

De turbulente geschiedenis van de Eerste Kamer verklaart haar problematische karakter. In de Grondwet van 1815 was de Eerste Kamer ingesteld als vertegenwoordiging van de adellijke stand, maar werd het instituut vooral een instrument van de Koning. Met de Grondwet van 1848 veranderde de Eerste Kamer in een indirect gekozen vertegenwoordiging van elke provincie, maar in tegenstelling tot de Tweede Kamer konden alleen de allerrijksten gekozen worden voor het ambt van senator.

In het begin van de twintigste eeuw verdwenen de inkomenseisen voor het ambt en kreeg de Eerste Kamer voor het eerst een evenredige vertegenwoordiging; leden vertegenwoordigden nu het volk als geheel, niet alleen de inwoners van hun provincie. Senatoren werden echter niet direct gekozen uit vrees dat de Eerste Kamer anders te veel op de Tweede Kamer zou gaan lijken.

Nu, honderd jaar later, is de vraag waar de Eerste Kamer eigenlijk voor dient en of het niet beter is om het instituut af te schaffen. Verschillende partijen, zoals GroenLinks, D66 en de PVV, pleiten al jaren voor het afschaffen van de Eerste Kamer, een pleidooi dat ze onderbouwen met het argument dat de senaat ‘niet meer van deze tijd is’.

Tegenwicht voor dominantie Randstad

Het is echter de vraag of het afschaffen van de Eerste Kamer wel een goed idee is. Met een eenkamerstelsel kan een kabinet te gemakkelijk wetten tot stand brengen, zeker nu een bindend referendum van de baan is. D66 pleit voor een Constitutioneel Hof ter vervanging van de tegenmacht van de Eerste Kamer, maar een dergelijk hof toetst wetten alleen aan de Grondwet, niet aan de algemene wenselijkheid van het regeringsbeleid. Met het debacle van de dividendbelasting en de krappe meerderheden van recente kabinetten in ons achterhoofd, is een respectabele tegenmacht geen overbodige luxe in het Nederlandse parlementaire stelsel.

Als alternatief voor afschaffing zou de Eerste Kamer bijvoorbeeld gemodelleerd kunnen worden naar de Amerikaanse Senaat. In een dergelijk scenario krijgt elke provincie een gelijk aantal senatoren die de belangen van hun provincies vertegenwoordigen. In dit systeem hebben de provincies de mogelijkheid om tegenwicht te bieden aan de dominantie van de Randstad in de Nederlandse politiek. Bovendien kunnen lokale grieven, bijvoorbeeld de problematiek rondom gasaardbevingen in Groningen, ook sneller worden aangekaart in de landelijke politiek.

Minimaliseer de lobbycratie

In tegenstelling tot nu zouden de senatoren direct gekozen worden en zou het ambt van senator een voltijdfunctie moeten worden zonder ruimte voor nevenfuncties. Deze maatregelen vergroten de legitimiteit van de senaat en minimaliseren de lobbycratie waar de huidige Eerste Kamer door geteisterd wordt.

Met langere ambtstermijnen dan Tweede Kamerleden, bijvoorbeeld zes in plaats van vier jaar, kan de Eerste Kamer bovendien een instituut worden dat gericht is op de lange termijn, en niet continu onder druk van de waan van de dag opereert, zoals dat tegenwoordig het geval is in de Tweede Kamer.

Met het eindrapport van de commissie-Remkes en de Provinciale Statenverkiezingen in zicht zou de Eerste Kamer een prominentere rol moeten spelen in het nationale debat over de staat van de Nederlandse democratie. Na tweehonderd jaar met een ondemocratische senaat geleefd te hebben verdienen het Nederlands parlementaire stelsel en de Nederlandse bevolking een beter alternatief.

Matthijs Tieleman is promovendus geschiedenis aan de University of California.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.