Opinie

Het onwrikbare beeld van adoptie als ‘goeddoen’ is nu bijgesteld

En dat is maar goed ook, betoogt Rudie Kagie naar aanleiding van het rapport van de commissie-Joustra.

21 februari 1972, op Schiphol komen ter adoptie 13 Koreaanse weeskinderen aan. Beeld HH / Spaarnestad
21 februari 1972, op Schiphol komen ter adoptie 13 Koreaanse weeskinderen aan.Beeld HH / Spaarnestad

Het voert ver om van oorzaak en gevolg te spreken, maar de samenhang tussen de schokkende interviewbundel Afstandsmoeders van Christel Don (‘over vrouwen die gedwongen hun kind afstonden 1956-1984’) en het simultaan verschenen rapport Onderzoek Interlandelijke Adoptie van de commissie-Joustra is evident. Don schrijft hoe afstandsmoeders in Nederland bijna dertig lang werden ‘vernederd en weggestopt, ze kregen hun kind vaak niet te zien na de bevalling en mochten er nooit meer over spreken’.

Even dacht ik dat het kippenvel dat lezing van de horrorverhalen me bezorgde een gevolg was van mijn eigen verkreukelde achtergrond. Ik stam uit een ontwricht gezin dat na scheiding van de ouders uiteenviel. Mijn moeilijk handelbare zus ontvluchtte de inrichting waar ze was opgesloten, raakte op drift in Amsterdam, werd in een politiebusje getransporteerd naar Huize Welkom te Arnhem en beviel daar op haar 16de van een dochter die ze direct na de geboorte ter adoptie moest inleveren. Mijn zus is inmiddels overleden. Tot haar laatste snik ging ze als een beschadigd mens door het leven, worstelend met zo’n beetje alle trauma’s die je kunt oplopen als niemand voor je kiest, je mening er niet toe doet en dwang in plaats van liefdevol begrip aan de opvoeding ten grondslag ligt. Ook haar dochter lijdt aan het leven.

Tussen 1956, het jaar dat adoptie juridisch mogelijk werd, en 1984 werden ruim 15 duizend Nederlandse kinderen geadopteerd. In topjaar 1974 wezen rechters 1.146 kinderen toe aan adoptieouders, drie per dag. Inmiddels gaat het om een paar gevallen per jaar. Abortus werd in 1984 gelegaliseerd. Het aantal ongewenste zwangerschappen daalde en ongehuwde moeders kwamen voortaan in aanmerking voor een bijstandsuitkering. Bovenal won het inzicht terrein dat het wegnemen van de baby bij een ‘gevallen moeder’ meer problemen oproept dan oplost. In oktober 2021 hoopt het Verwey-Jonker Instituut de resultaten te publiceren van grootschalig onderzoek naar de gang van zaken rond adoptie van Nederlandse baby’s in de periode 1956-1984.

Het is ­schrijnend bij de commissie-Joustra te lezen dat de inhumane praktijken waarvan jonge Nederlandse vrouwen slachtoffer werden, hier werden stopgezet maar in verre landen onbekommerd doorgingen. Sterker, de misstanden hier steken bleek af bij wat zich nadien op dit terrein afspeelde in Bangladesh, Brazilië, Colombia, Indonesië, Sri Lanka (en elders, maar de commissie beperkte zich tot onderzoek in de deze landen). Adoptie in de derde wereld ­voltrok zich in een sfeer die aanschurkt tegen criminaliteit: corruptie, fraude, ontvoering, bedreiging, vervalste documenten.

Men wist dat het een rommeltje was, maar ‘in het belang van het kind’ legde zelfs ambassadepersoneel bij malversaties een gestrekte wijsvinger tegen de lippen. In een enkel geval streek een diplomaat iets op van de miljoenen die in deze branche over (en veelal: onder) tafel gingen. De commissie spreekt van passiviteit en vergoelijking: ‘De opvatting dat elke adoptie, zelfs een ongeoorloofde, beter is dan helemaal geen adoptie was onwrikbaar.’

Om zwendel tegen te gaan en procedures te stroomlijnen, werd in 1992 het Haags Adoptieverdrag (met afspraken over zorgvuldige procedures) opgesteld en ondertekend door 66 landen. Dat het gesjoemel daarmee niet van de baan was ondervond Ina Hut die in 2003 aantrad als directeur van Wereldkinderen, toen de grootste organisatie voor adoptiebemiddeling. Ze wilde onderzoek doen naar dubieuze adoptie van Chinese kinderen, waarop Justitie volgens haar dreigde de vergunning van Wereldkinderen in te trekken.

Hut stapte als klokkenluider naar voren, sprak zich op basis van haar bevindingen uit tegen álle interlandelijke adoptie en vertrok in 2009 bij Wereldkinderen. Roelie Post werkte 33 jaar als ambtenaar bij de Europese Commissie in Brussel, maar kwam in de problemen toen ze corruptieschandalen en kinderhandel bij adoptie in Roemenië aanhangig maakte. Ze werd bedreigd (ze is ervan overtuigd dat dit gebeurde door de adoptielobby), kreeg het aan de stok met superieuren en het eindigde ermee dat de Europese Commissie haar op een zijspoor zette en zij haar baan verloor.

‘Adoptie werd als ‘goeddoen’ gezien’, schrijft de commissie-Joustra. ‘Door de diepe verankering van dit beeld werden misstanden geaccepteerd of zelfs normaal gevonden, werd iedereen die adoptie hielp bevorderen als weldoener gezien en maakte ook de politiek zich hard voor (snelle) interlandelijke adoptie.’

Goochelen met feiten voor een hoger doel, leugens als waarheid presenteren in naam van de vooruitgang – de beproefde trucs waarmee verantwoordelijken zich willen vrijpleiten zijn nog niet versleten. De katholieke kerk schoot in een reflex toen structureel misbruik door priesters voorpaginanieuws werd: eerst was het absoluut onwaar, vervolgens zouden de verhalen zwaar overdreven zijn, uiteindelijk moesten we de misstanden zien in het licht van de tijd.

Antropoloog Pien Bos trok voor haar proefschrift Once a mother (2008) intensief op met jonge, ongehuwde moeders in India die, nadat ze onder dwang hun kind afstonden, zonder uitzondering afstevenden op een kommervol bestaan. Niemand interesseerde zich voor hun lot, ‘ze mochten niet bestaan’, schrijft Bos – een vertrouwd verschijnsel. Volgens aloude economische wetten staat in de markt van vraag en aanbod het belang van de consument voorop. Slechts weinigen interesseren zich voor de herkomst van een product en de omstandigheden waaronder dat tot stand komt.

Toen winkels ineens volhingen met goedkope textiel, duurde het zo’n twintig jaar voordat er aandacht kwam voor de exotische kinderhandjes die het spul hadden vervaardigd. De naar dierenleed stinkende kiloknallers bij de super, het bordeel als façade voor moderne slavernij, kinderporno die van 1971 tot 1984 hier vrij mocht worden verkocht – vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan.

Adoptiekinderen zijn geen handelswaar, al lijkt het erop dat menigeen in hun geboorteland daar anders over denkt. De ‘wensouders’ werpen zich op als redders van het bedreigde kind. Het gros is warm en betrokken, wil het beste voor hun kind. Adoptieouders zullen zelden medeplichtig zijn aan het internationale vergrijp dat de commissie-Joustra aan de orde stelt. Ze zijn vast zo verstandig om de conclusies zorgvuldig te lezen voordat ze dat rapport tot grootste misstand verheffen.

Rudie Kagie is journalist en schrijver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden