column Heleen Mees

Het nieuwe vrouwenquotum doet iets voor álle vrouwen, ook onder de top

Toen Noorwegen in 2006 een vrouwenquotum invoerde dat bedrijven voorschreef dat raden van commissarissen voortaan voor minimaal 40 procent uit vrouwen zouden bestaan, proestte ik het uit van het lachen. Meer tongue in cheek dan au sérieux opperde ik in het pamflet ‘Vrouwen moeten nu eindelijk eens écht aan het werk gaan’ (NRC Handelsblad, 21 januari 2006) dat Nederland het Noorse voorbeeld zou volgen. Dat was een wake-upcall voor mijzelf: als ik de ­gedachte dat vrouwen volwaardig meedraaien aan de top al lachwekkend vond, hoe kon ik dan verwachten dat mannen vrouwen wel serieus zouden nemen?

Campagne

Het pamflet in NRC werd het startschot voor de campagne voor wettelijke streefcijfers voor vrouwen aan de top. Met steun van toenmalig ­eurocommissaris Neelie Kroes werd de actiegroep Women on Top opgericht en in 2008 nam de Tweede ­Kamer met steun van de VVD en CDA de ­motie aan van Paul Kalma (PvdA), waarin het kabinet wordt opgeroepen wettelijke streefcijfers voor de participatie van minimaal 30 procent vrouwen én mannen in raden van bestuur en raden van commissarissen op te nemen in de Code ­Tabaksblat.

Toen het kabinet de motie links liet liggen en ook de commissie-Tabaksblat wettelijke streefcijfers niet in haar advies aan het kabinet opnam, dienden de Kamerleden Paul Kalma, Peter Omtzigt en Frans Weekers een amendement voor wettelijke streefcijfers in op de wet die een one-tier board mogelijk moest maken (de toezichthouders maken dan deel uit van het bestuur in plaats van dat er een aparte raad van commissarissen is zoals in een two-tier board het geval is). De wet werd uiteindelijk pas in 2011 door de Eerste Kamer aangenomen. De vertraging was het gevolg van de bezwaren die in de senaat bestonden tegen de invoering van de one-tier board).

Streefcijfers

De actiegroep Women on Top dacht dat haar werk erop zat en hief zichzelf dat jaar op. Maar net zoals het kabinet de motie-Kalma voor wettelijk streefcijfers destijds aan zijn laars lapte, zo lapte het bedrijfsleven de nieuwe wet aan zijn laars. Eind 2018 voldeed slechts 8,3 procent van de grote vennootschappen aan de norm van minimaal 30 procent vrouwen in de raden van bestuur en raden van commissarissen. Ruim 90 procent voldeed daar niet aan.

De Sociaal-Economische Raad (SER), die onder leiding van Mariëtte Hamer (PvdA) weer relevant is geworden, heeft het kabinet om die reden geadviseerd een wettelijke quotum in te voeren. Weliswaar gaat het advies van de SER minder ver dan de wet streefcijfers, omdat het alleen toeziet op de raad van commissarissen van beursgenoteerde ondernemingen, maar de SER heeft ook een slimme sanctie bedacht: heeft een bedrijf te weinig vrouwelijke commissarissen, dan worden benoemingen van mannelijke commissarissen nietig verklaard.

Kritische massa

Vrouwen die hogere posities bereiken zijn vatbaar voor de visibility-vulnerability-spiraal vanwege hun minderheidsstatus. Zolang vrouwen als het zwakkere geslacht worden beschouwd, zullen zowel mannen als vrouwen hun eigen gevoelens van kwetsbaarheid op de vrouwelijke kandidaat projecteren. Een dergelijke groepsdynamiek die tot uitsluiting leidt, kan alleen worden overwonnen met een kritische massa vrouwen in hoge posities. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat met 30 procent vrouwen aan de top die kritische massa is bereikt en vrouwen niet langer zich genoodzaakt zien queenbee-gedrag te ver­tonen.

Vorige week al zou de Tweede Kamer stemmen over een motie voor een vrouwenquotum. Maar de motie werd aangehouden, omdat de SP vond dat de motie niet ver genoeg ging. SP-leider Lilian Marijnissen zei vorige week in het tv-programma WNL op Zondag: ‘Wij willen dat er gelijke kansen zijn voor álle vrouwen. Dan moet je het hebben over de betaalbaarheid van bijvoorbeeld kinderopvang, zodat alle vrouwen die willen werken ook kunnen werken.’

Vandaag kan de vlag uit, want het vrouwenquotum is aangenomen. En dat doet iets voor alle vrouwen, ook voor diegenen die onder de top werken. Als het goed is groeit een nieuwe generatie meisjes op voor wie het even vanzelfsprekend is als voor jongens dat ze de top kunnen bereiken – als ze die ambiëren. Bovendien laat onderzoek zien dat meer vrouwen in leidinggevende ­posities een effectieve manier is om te voorkomen dat vrouwen worden lastiggevallen op de werkvloer. Dit vrouwenquotum, bedacht door de SER, is een stap in de goede richting. 

Heleen Mees is econoom.

lees ook

Sommige topvrouwen maken vrouwelijke ­ondergeschikten het leven zuur. Meer gendergelijkheid op het werk zou weleens kunnen helpen tegen zulk ‘queen bee’-gedrag, betoogt Lisa Bouyeure.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden