Column Aleid Truijens

Het narratief moet ieder mensenkind recht in het hart raken. Waarom gaat het aan mijn hart rakelings voorbij?

Het woord van het jaar is ‘narratief’. Niets, geen nieuwsfeit, politieke boodschap, sportverslag of reclamefilm kan zonder narratief. Alles moet verpakt in een verhaaltje naar binnen worden gelepeld, zoals groente bij kinderen verstopt zit in rode saus.

Vergeet mythe, fabel, sprookje. Ook ‘frame’ – altijd toepasbaar, want iedereen heeft vooroordelen – is passé. Zelfs het vreselijke ‘paradigma’– een term die intenties en schuld verdoezelt; de mensheid belandt onontkoombaar in ‘een nieuw paradigma’ – is krachteloos geworden.

Een narratief is zelden subtiel of verrassend, want dat werkt niet. Een doeltreffend narratief druipt van de emotie, staat bol van opzichtige humor of stijf van moralisme. Het ‘komt binnen’. Het narratief moet ieder mensenkind recht in het hart raken. Maar aan mijn hart gaat het vaak rakelings voorbij. Dat baart me zorgen.

In verwarring kijk ik naar reclame. Bijvoorbeeld die van de brillenwinkel. Een man beroert liefkozend, kwijlend bijna, zijn auto. Hij kan, ocharme, niet in die auto rijden. Vreselijk, maar lollig bedoeld geloof ik. Was hij, suffie, ooit naar de juiste brillenwinkel gegaan, dan had hij zijn blindheid kunnen voorkomen! Los van de idiote pretentie – mag de brillenwinkelier zomaar oogziektes diagnosticeren; wat vindt de oogarts daarvan? - is mijn brandende vraag: wat doet een blinde in godsnaam met een fonkelnieuwe auto? Heeft hij die gekocht om zichzelf te pijnigen? En wat kan de brillenwinkel nu nog voor hem doen? Natrappen, dat is het.

Of die vrouw die ‘met heel haar hart’ van haar vriend houdt. Er is ‘maar één ding waarvan ze nog meer houdt’: bloemen! Die koopt haar vriend dus trouwhartig. Onbegrijpelijk. Dumpen, die vrouw die meer houdt van een bosje bloemen dan van jou.

Hartbrekend vind ik de broze oude man die zijn vrouw een bos rode rozen geeft, een lief gebaar waarmee hij hun eerste afspraakje wil overdoen. Het waren gele tulpen, mompelt zij, geen rode rozen. Als de man kort daarna in zijn kist ligt, zien we gele tulpen op die kist. Geen bloemstuk, maar een ordinaire bos, neergekwakt. Alsof de vrouw nóg eens wil zeggen: tulpen, waren het, sukkel, tulpen! Geen rozen!

En dan is er de architecte in de verzekeringscommercial. Op reis door China leefde ze ‘uit twee koffers’. Thuis besluit ze al haar overbodige spullen weg te doen. Ze wil haar ‘hoofd leegmaken’ en ‘klanten inspireren dat ook te doen’. Hoezo? Gaat ze ook over de inrichting? Ontwerpt ze principieel piepkleine huisjes, voor spullenloze mensen? De verzekeraar belooft bij beschadigde spullen te kijken of ‘herstellen beter is dan vervangen’. Huh, herstellen, vervangen? We moesten toch weggooien?

Soms keert een reclame-narratief zich tegen zichzelf. Dan denk je: ah, dit willen ze dus dat ik geloof. De mammoet-roc met ‘zelfsturend’ onderwijs en weinig lesuren, die leerlingen werft met ‘Aandacht voor jou!’. De verzekeraar die sollicitanten de deur wijst omdat ze slimme manieren hebben bedacht om klanten af te poeieren en uitbetaling te voorkomen. De filmpjes laten onbedoeld zien wat het verdienmodel is.

Hoe komt het dat ik deze commercials verkeerd begrijp? Leef ik in een verkeerd, overleefd narratief, geregeerd door de verachtelijke ratio? Of denken die tekstschrijvers geen drie seconden na voordat ze iets opschrijven?

De verkleinvorm is in opmars. ‘Narratiefje’ is altijd honend en ontkennend bedoeld: ‘Er gaat een narratiefje over mij rond dat...’ Het betekent leugen, of roddel. En bij roddels denken mensen: hé, dat zou best eens waar kunnen zijn. Misschien luidt ‘narratiefje’ het einde alweer in en ligt de term, in de deftige literatuurwetenschap geboren, nu al bij de Blokker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.