Column Thomas van Luyn

Het lukt mij niet om vliegschaamte te krijgen

Beeld Aisha Zeijpveld

Het lukt mij niet om vliegschaamte te krijgen. 

Mijn beeld van de hemel is gevormd toen ik als kind voor het eerst een vliegveld betrad. Door de hemelpoortjes heen, het aardse achter ons latend, de geur van kerosine, dure snuisterijtjes, glimmende tegels en grote ramen met uitzicht op de startbaan – dat was voor mij wat vakantie moest zijn, en ik krijg het er niet meer uit. Misschien als ze de trein wat exclusiever zouden maken. Een apart perron voor internationale treinen waar de achterblijvers niet op mogen, je eigen coupé, stewardessen, dat soort dingen. Maar dan nóg mist de trein het unique sellingpoint van vliegtuigen: je kunt er niet mee uit de Hollandse loden lucht ontsnappen naar het hemelblauw, waar de engelen wonen. Dat wonder biedt alleen een vliegtuig.

Liever word ik vegetariër, liever douche ik nog maar één minuut per week, liever sloop ik de verwarming uit mijn huis en laat ik ’s winters het hele gezin in dikke truien rondlopen, dan dat ik niet meer mag vliegen. Naar een warm land, natuurlijk, om lekker te bakken in de zon. Dat mag trouwens ook al niet meer van de hoge heren in Den Haag. Het hele werkwoord ‘zonnen’ lijkt uit onze taal te zijn gezuiverd, terwijl dat het doel was van vakantie, toch? Van een uurtje of elf tot een uurtje of vier op een handdoekje slapen op het strand, om lekker verbrand aan de drank te gaan. Maar nou wordt mij dat elke zomer via radio en tv ineens afgeraden zeg. Zelfs in Nederland, godbetert, moet je binnenblijven als het zonnetje schijnt. Serieus? Wat moeten we dan doen op vakantie, sjoelen? Man, bakken in de zon is een mensenrecht. Anders kun je net zo goed de hele zomer doorwerken. 

Er zijn landelijke stakingen geweest en cao’s afgesloten, enkel en alleen om werknemers in staat te stellen in hun blote jodokus te kunnen koken in de middagzon van een subtropisch eiland. Dat is de Hollandse droom: werken onder een lage grijze lucht om in de zomer in je blote jodokus op een Grieks strand te ­liggen. En hoe je daar komt, dat is met het vliegtuig. Luxe voor de werkende klasse. Hoe wordt die anders verondersteld naar Kos te komen? Trein naar Bari, pont naar Kroatië, trein naar Athene, taxi naar de haven, boot naar... vergeet het. Dat is geen vakantie, dat is gezinstherapie. 

Dat is ook al zo fijn aan het vliegtuig: het is lekker snel, je zit maar even op elkaar gepakt. En de Canarische Eilanden, het arbeidersparadijs dat gesticht is door meneer Neckermann, daar zwem je ook niet even heen. Ja, je kunt een boot nemen, maar afgezien dat dit weken van je effectieve vakantietijd afscheert, is de boot het enige vervoermiddel wat nóg vervuilender is dan het vliegtuig.

En zelfs al kwamen er directe treinen van Eindhoven naar de Costa Brava en Antalya, hetgeen me sterk lijkt, mij lukt het niet meer me aan te passen. Ik ben van de vliegende generatie. Misschien dat ik mijn kleinkinderen daarmee kan verbazen, aangezien zij alleen wandelvakanties zullen doen naar het drielandenpunt, waarbij ze de hele weg veilig in de schaduw zullen blijven lopen. 

Wat mij betreft is het wachten is op de hogesnelheids-zeppelin. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden