Column Koen Haegens

Het lijkt niet de vraag óf het private eigendom in onze economie wordt ingeperkt, maar hoe

Moet BMW in handen van het Duitse volk ­komen? Bij de oosterburen woedt sinds een week een heftig debat hierover. In een interview in Die Zeit pleitte voorzitter Kevin Kühnert van de Jusos, de jongerenorganisatie van de SPD, voor nationalisering van grote bedrijven. Of collectivisering, dat maakt de jonge socialist niet zo veel uit. Hoofdzaak is dat ‘de verdeling van de winsten democratisch bepaald wordt. Dat sluit een kapitalistische eigenaar van dit bedrijf uit.’

Nu hebben de Jusos een lange traditie van het mijlenver links inhalen van de moederpartij. Uit mijn korte studietijd in Berlijn herinner ik me Jusos-leden met ­politieke opvattingen waarbij de SP een liberaal genootschap lijkt. Veel invloed op de partijlijn heeft het niet.

Des te opmerkelijker is de felheid waarmee het Duitse establishment nu over Kühnert heen valt. Dagblad Bild haalde Stalin en de DDR van stal. ‘Een warrig retro-wereldbeeld van een fantast’, oordeelde de conservatieve verkeersminister Andreas Scheuer.

Maar zo retro is die roep om collectivisering niet. China, de op één na belangrijkste economie ter wereld, drijft op staatsbedrijven en overheidsbemoeienis. Westerse landen beginnen dit voorbeeld schoorvoetend te volgen. Zelfs Nederland bemachtigde begin dit jaar in het diepste geheim 14 procent van de aandelen Air France-KLM. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid beveelt een publieke bank aan. En dezelfde Duitse regering die de Jusos-plannen weghoont, droomt van een nieuwe industriepolitiek, inclusief nationale kampioenen.

Het lijkt dus niet de vraag óf het private eigendom in onze economie wordt ingeperkt, maar hoe. Grofweg zijn er drie smaken. De populairste is op dit moment het staatskapitalisme à la China. Daarbij gedraagt de overheid zich als een strategische super-investeerder. Die poogt de nationale economische belangen veilig te stellen – al blijft onduidelijk wiens belangen dat precies zijn.

De tweede variant behelst een terugkeer naar het tijdperk van PTT, NS en Staatsmijnen. Grote overheidsbedrijven die niet altijd even efficiënt en klantvriendelijk waren. De derde smaak behelst alles daartussenin. Minder top-down dan de publieke molochs van vroeger, meer ten dienste van gewone mensen dan het ondemocratische staatskapitalisme.

In Duitsland wuift Jusos-voorzitter Kühnert die hoe-dan-precies-kwestie weg. Gelukkig komen elders initiatieven op die hier serieuzer over na willen denken. Zoals in Groot-Brittannië, waar de nieuwe denktank Common Wealth gaat onderzoeken hoe publiek eigendom in de 21ste eeuw vorm kan krijgen. Dat verdient navolging.

Aan de Nederlandse universiteiten en op business schools wordt uitgevogeld hoe (vooral private) ­concerns optimaal presteren. Is het, gezien de hoek waaruit de economische wind waait, niet verstandig een deel van dat publieke geld te besteden aan de vraag hoe nieuwe nutsbedrijven kunnen floreren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden