ColumnIbtihal Jadib

Het lijkt me heerlijk eens niet de volwassene uit te hangen

Beeld Aisha Zeijpveld

Er zijn mensen die ontroerd kunnen zuchten hoe puur kleine kinderen nog zijn, maar ikzelf vind het gebrek aan sociale vaardigheden van dat grut eerder beangstigend. Vooral mijn 3-jarige dochter is een absolute ster in het beledigen van mensen in de rij bij de slager, bloemist of bakker. 

Zo zag ze laatst een forse man in de rij staan. Gebiologeerd staarde ze naar zijn indrukwekkende buik. Ik voelde de bui al hangen en probeerde haar af te leiden door zenuwachtig met een kaasstengel te zwaaien, maar dat bood geen soelaas. ‘Mama kijk! Die meneer heeft een héél grote baby in zijn buik!’ Er zijn mensen voor minder neergeslagen. De heer in kwestie verroerde geen vin en de rest van de rij bleef oorverdovend stil toekijken hoe ik die kaasstengel in d’r mond probeerde te wurmen terwijl ik me uit de voeten maakte. Dan maar geen boodschappen. 

We waren net op tijd buiten, want de deur van de winkel was nog niet dicht of het vragensalvo barstte los: zou die meneer een jongetje of een meisje krijgen, hoe zou het heten en zie je nou, papa’s kunnen wél baby’s krijgen! Mijn zoon kon op die leeftijd nauwelijks drie woorden achter elkaar zeggen, dat was rustiger boodschappen doen.

Toch moet ik bekennen dat ik soms word overvallen door wilde ­fantasieën over mijzelf in situaties waarin ik mij als een ­kleuter gedraag. Het lijkt me verrukkelijk om eens niet de beheerste volwassene uit te hangen. Tijdens een vergadering bijvoorbeeld, als een collega, net voor je denkt dat het agendapunt eindelijk kan worden afgerond, tóch nog een keer z’n zegje wil doen, niet om een zinnige bijdrage te leveren maar om zichzelf te horen praten, zodat iedereen nog een kwartier van z’n bestaan voelt wegtikken en het laatste restant levensvreugde via je stoelpoten in de grond wegsijpelt. In plaats van met een beleefd gezicht te blijven luisteren, zou ik, een enkel keertje maar, het hoofd in de nek willen gooien, de mond opengesperd en vol overgave willen loeien als een luchtalarm. 

Ik zie het helemaal voor me: iedereen zou zich wezenloos schrikken en mij vragen of ik een burn-out heb of een toeval, de bhv’er zou hijgend met een koffertje komen aanrennen en mij in de stabiele zijligging willen sleuren, waarop ik het gegil zou staken en stoïcijns zou opmerken dat we kunnen doorgaan naar het volgende agendapunt.

In een andere fantasie zie ik mezelf tijdens een borrel midden in een gesprek besluiten om op de grond te gaan liggen. Dat doen mijn kinderen ook te pas en te onpas, en ze controleren nooit eerst of de vloer een beetje fris oogt. Ik vind dat bij nader inzien een prima aanpak, gewoon lekker gaan liggen als je vermoeide benen hebt in plaats van urenlang te staan borrelen, je gewicht van het ene been naar het andere verplaatsend.

Zo beschouwd kan juist sociaal wenselijk gedrag ongemakkelijk zijn. Maar ja, om voortaan overal als een 3-jarige op te reageren gaat wat ver. Dan ligt het meer voor de hand om de zaken om te draaien: laten we voortaan staand vergaderen en zittend borrelen. En verder zou ik het zeer waarderen als u in de rij bij de slager of bakker luidkeels gaat zingen als u een kleuter ziet die op het punt staat iets te zeggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden