Column Sheila Sitalsing

Het levensgevaarlijke karakter van de staatsgeheimen had vooral betrekking op het politieke leven van Stef Blok

Er zouden levens in gevaar komen als hij bekend zou maken aan welke strijdende groeperingen in Syrië de Nederlandse regering spullen had gestuurd, zo zei Stef Blok, minister van Buitenlandse Zaken, dus hij kon daar verder niet te diep op ingaan. Staatsgeheim. Levensgevaarlijk.

Trouw en Nieuwsuur, die al langdurig grondig spitwerk aan het verrichten zijn in het dossier over de pick-uptrucks, laptops en uniformen die met de groeten van de Nederlandse belastingbetaler naar vechtende clubs in Syrië zijn gegaan, waren op eigen houtje al achter een aantal namen gekomen. Die clubs hadden, zo schrijft Trouw, ‘geen enkel bezwaar tegen publiciteit’. Voor hen hoefde dat staatsgeheim dat Blok zo angstvallig aan het bewaren was niet zo, en van dat levensgevaar waren ze klaarblijkelijk ook niet zo onder de indruk.

Onlangs gooide het ministerie van Buitenlandse Zaken de staatsgeheimen zelf maar op straat, zo bleek deze week. Per ongeluk.

Meestal krijg je, wanneer je met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur gegevens opvraagt die de regering op oneigenlijke gronden verwoed geheim probeert te houden, een stapel volledig zwartgelakte A4’tjes, waarop enkel nog lidwoorden en voorzetsels te lezen zijn, en hier daar een enkel werkwoord in een zee van zwarte balkjes, en dat net zo goed een veganistisch kerstrecept uit de Allerhande zou kunnen zijn.

Ditmaal gebeurde iets raars: de ambtenaren op het ministerie zijn kennelijk zo hoorndol geworden van alle WOB-verzoeken van Trouw en Nieuwsuur, dat ze zijn vergeten in nieuwe vrijgegeven documenten een paar tot staatsgeheim verklaarde namen van rebellengroeperingen zwart te lakken. Dat was per ongeluk, zei Blok. De documenten zijn inmiddels offline gehaald. Misschien denken ze op Buitenlandse Zaken dat daarmee het staatsgeheim is hersteld, zoals een baby bij kiekeboe spelen denkt dat je echt weg bent.

Uit de brij van lidwoorden, voorzetsels en hier en daar een vrij zwevend werkwoord, wisten Trouw en Nieuwsuur te destilleren dat de steun die naar vechtende clubs is gegaan is ingezet voor de oorlog. Dat is geen nieuws waar we thuis van opkeken, want niemand is er ooit van uitgegaan dat de matrassen en het voedsel die deel uitmaakten van de Nederlandse hulp gebruikt zijn voor een vriendschappelijke picknick. En dan de tientallen Toyota’s Hilux die zijn geleverd: een onverwoestbare, wendbare prachtpick-up waarmee je drie keer de wereld rond kunt en essentieel militair tuig in rebellenoorlogen sinds de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, omdat je in de open bak prima schiettuig kunt monteren. Sinds de Toyota-oorlog tussen Tsjaad en Libië wil elke zichzelf respecterende guerrillagroepering die dingen.

Maar omdat Stef Blok en zijn voorgangers hebben volgehouden dat het sturen van deze spullen viel onder ‘civiele hulp’ en ‘niet dodelijke steun’, kan de Tweede Kamer er een fijn nummer van maken. Dat gaat ze doen ook, volgende week.

De vraag begint zich op te dringen of het levensgevaarlijke karakter van een en ander minder betrekking had op de oorlogvoerende groepen en meer op het politieke leven van Stef Blok zelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.