Column

Het leven is niet eerlijk en wielrennen al helemaal niet

Staat voor het eerst sinds 1909 een Nederlander op het punt de Giro d'Italia te winnen, slaat hij over de kop tegen een sneeuwmuur. Voor zijn salto was Steven Kruijswijk de beste man in de koers, en erna eigenlijk ook. Maar zo zie je maar weer: één seconde van onoplettendheid is bepalender dan ruim 78 uur onaantastbaarheid. Dat is niet eerlijk, maar zo zit het leven in elkaar en het wielrennen helemaal, vooral in nare afdalingen met rotbochten.

Beeld afp

Steven Kruijswijk groeide in anderhalve week uit tot Hollandse held, maar na vrijdag is hij het symbool van de Nederlander die toch net weer niet wint. Buitenlanders die soeverein op kop komen in een grote wedstrijd maken het geroutineerd af, maar bij ons is er twijfel tot de laatste minuut. Het ging in de voorbeschouwingen meer over de manieren waarop Kruijswijk de Giro nog kon verliezen dan over het feit dat de zege hem onmogelijk meer kon ontgaan.

Nederlandse topsporters die winnen zorgen hier meestal voor totale nationale verbazing en ongeloof; dat zag je heel duidelijk toen Max Verstappen zijn GP won. Er zijn nog steeds mensen die denken dat dat een fata morgana was. De Nederlandse atleet vecht behalve tegen zijn concurrenten ook tegen de overtuiging van zijn landgenoten dat het tamelijk onwaarschijnlijk is dat hij of zij zal zegevieren. Dat maakt het er natuurlijk niet gemakkelijker op. Iets van die eeuwige scepsis torst de sporter toch op zijn schouders mee, zoals Amerikaanse atleten altijd het nationale geloof in de onoverwinnelijkheid in hun sporttas hebben zitten.

Op Kruijswijk leek de nationale faalangst geen vat te hebben. Hij trapte op overtuigende wijze over berg en dal en zijn tegenstanders hadden zich erbij neergelegd dat hij de beste was. Tot een aanval van sneeuwblindheid hem noodlottig werd. Je kunt het onsportief vinden dat die anderen niet even op hem wachtten, maar in topsport bestaat sportiviteit alleen als het niks kost, wat ook wel weer mooi is.

Gelukkig voor Steven Kruijswijk zijn verliezers bij ons altijd populairder dan winnaars, vooral verliezers die ieders medelijden opwekken. Dat komt vermoedelijk door onze sociaal-democratische volksaard en doordat we eeuwenlang het bijbelwoord dat de eersten de laatsten zullen zijn ingeprent hebben gekregen. Laat ze in Den Bosch maandag de platte kar maar gewoon klaarzetten en Steven door de stad trekken: het zal zwart zien van de mensen. Die zien daar zichzelf voorbijkomen: ook nooit de Giro gewonnen.

Daarnaast kan hij nog levenslang profiteren van zijn tuimeling. De beroemdste Nederlandse sportlegende is niet de zege van Zoetemelk of Janssen in de Tour, noch het winnen van het EK voetbal in 1988, de Europacups van Ajax, Feyenoord en PSV of Krajiceks zege op Wimbledon, maar de val van geletruidrager Wim van Est in het ravijn in 1951. Dat magnifieke ongeluk maakte hem onsterfelijk en rijk - Kruijswijk moet de Val op de Col d'Agnello omarmen als een minnares. Hij moet beseffen: mijn landgenoten zijn verzot op de val.

Juist door Kruijswijks val zagen we gisteren een van de allermooiste etappes van de laatste tien jaar - maar dat vindt hij vast geen troostrijke gedachte. Topsporters zijn nooit romantici. Goed, ik had hem ook liever zien winnen, maar je probeert zo'n sportieve klap toch van een paar opbeurende kanttekeningen te voorzien om niet in een smartelijk huilen uit te barsten. En misschien zijn we zaterdag getuige van een wonder. De sport staat voor niks en het komt voor - niet zo vaak trouwens - dat gerechtigheid blijkt te bestaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden