Het leven bij de Turkse groenteboer

Harriet Duurvoort

Sule sjouwt steunend met een krat glanzende rode appels. Op zaterdag helpt ze haar vader, die de laatste tijd zelden zijn dag heeft, zeker nu de vroege waterkou al weken zijn stramme gewrichten martelt.

Turks, Marokkaans, Pools, Nederlands, Surinaams; iedereen haalt er groente en halalvlees. Over Nederland klaagt de uiterst gemengde clientèle bij de Turkse groenteboer de laatste tijd net zo vaak als over het plensweer in augustus, zeer tot pa's ergernis.

'Nederland! 'declameert hij brommend als iemand een kritische noot kraakt, 'is mijn vader-en mijn moederland. Sinds 1971. Buitenlanders die zeuren, moeten gewoon terug gaan naar hun land. Als het daar zo geweldig was zat je hier niet.'

Hoestend maakt hij stapeltjes van 50 cent, bij de kassa.

Sule vindt veel Turkse en Marokkaanse jongeren uit de buurt negatief, zegt ze. 'Ik solliciteer niet want ik word toch niet aangenomen'. zeggen ze. Ik praat met ze, dat ze in zichzelf moeten geloven.'

'Ja.Wat nou racisme?' gromt vader op de achtergrond. 'Rot dan op.'

'Dat ze hun school moeten afmaken in plaats van de hele dag blowen', vervolgt Sule onverstoorbaar.

Vader, murmelend nu: 'Wat heeft Turkije mij ooit gebracht? Niets!'

Sule kent iedereen in de buurt. 'Salaam Aleikum', pakt ze gehoofddoekte Turkse huisvrouwen bij de polsen, die van de gelegenheid gebruik maken om theatraal gesticulerend over pijntjes en kwaaltjes te jammeren.

'Gaat het weer een beetje, na de operatie?' informeert ze naar bejaarde blanke vrouwtjes die steunend achter hun rollator een praatje komen maken. Ze is een geliefde praatpaal met het hart op de tong, ook voor mij.

Vanaf haar veertiende helpt ze haar vader. Vroeger in een winkeltje in de moskee. 'Ik heb mij 23 jaar dag en nacht rotgewerkt, mij kapot gesjouwd met die kratten, en ben nu afgekeurd. Ik ben 38 maar mijn lijf voelt veel ouder. Ik mag hier niet staan natuurlijk. Maar mijn vader, die 70 is, kan ik op zaterdag niet laten stikken in de zaak.'

Met Turkije heeft ze weinig band meer. 'Ik voel me vooral toerist en zo word ik behandeld ook. Ik spreek vloeiend Turks, maar wel met een Rotterdams accent. Dus naaien ze je waar je bij staat.'

Heel erg is ze niet met haar geloof, alevitisme, bezig, maar ze is er 'onwijs trots' op. 'Wij zijn vrijzinnig, hoeven bijvoorbeeld niet verplicht naar de moskee.'

Van toenemende sektarische spanningen de laatste tijd merkt ze weinig. 'Wat? Ach, we zijn altijd al door die - sorry - soennitische boeren gediscrimineerd. Want wij zouden geen echte moslims zijn. En dan moet je kijken wat ze zelf uitspoken. Geven hoog op van hun eer en als je naar hun zusje kijkt beginnen ze te dreigen. Maar zelf kijken ze naar alles wat los en vast zit. En pakken het ook als ze de kans krijgen, snap je. Zo hypocriet.'

Haar droom, mijmert ze terwijl ze voorbijlopende kindjes een lolly toestopt, is een klein huisje, aan zee, in Adana, waar ze vandaan komt. Met een hond. De ellende is dat Erdogan nu ineens grootse plannen met Adana heeft.

'Die man? Om het op zijn Rotterdams te zeggen, een teringleier. Hij heeft Turkije volkomen verziekt. Mijn zijn 'vrouwen met hoofddoekjes zijn mijn zusters'. Een grote slijmbal is het. En corrupt bovendien.'

Ze is natuurlijk niet een typisch Turks meisje, vindt ze. 'In plaats van een hoofddoek zit ik onder de tattoo's.' Op de binnenkant van haar pols heeft ze net als wijlen haar geliefde zus een zeepaard laten tatoeëren. 'Omdat dat de enige man op aarde is die zijn leven lang zijn vrouw trouw blijft!'

Een man, daar is ze nu niet mee bezig. Hoewel.

'Ik was laatst een maand in Analya. Alleen maar Nederlanders daar. Die hebben daar vijftien jaar terug voor tien keer niks een huis gekocht. Ik ontmoette er een leuke vent, Bert, een fietsenmaker. 'Wat heb ik nog in Nederland te zoeken!' zei hij steeds.'

Misschien is dat wel haar toekomst. Haar zeepaard in Turkije zou zomaar Hollands kunnen zijn. 'Want Turkse mannen en ik - ik ben ooit zeven jaar getrouwd geweest - dat botert gewoon niet zo.'

Een Antilliaanse jongen fietst langs, breedglimlachend vaart minderend, klaar om ons van mannelijk commentaar te voorzien. Nog voordat hij de kans heeft om te sissen, roept Sule: 'Hé stuk, alles goed? Wat heb je toch een lekker kontje!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.