ColumnHarriet Duurvoort

Het kwetsbare zelfvertrouwen en zelfbeeld van pubers verbeter je niet door drillrap te verbieden

Een zwart jochie passeerde me op de fiets, glimlachend bouncend op een heel gewelddadige rapsong. Schietsalvo’s op elke beat. De agressie van de muziek contrasteerde met zijn kinderlijke blijdschap. Hij was een jaar of 12. Opgroeien gaat snel in Rotterdam-Zuid. Gisteren zag je ze nog knikkeren, vandaag hangen ze ineens voor de coffeeshop.

Als je maar uit de klauwen van een jeugdbende blijft, dacht ik. Waar ik woon, Rotterdam-Zuid, zijn verschillende drillgangs actief. Kinderen die met een sjaal om hun hoofd ‘mijn keukenmes, dat ga je voelen!’ rappen en dat op Instagram zetten. Jongens uit Charlois dissen jongens uit IJsselmonde en ook uit Amsterdam, ergens heeft het iets weg van hooliganisme. Met dodelijke gevolgen, zoals onlangs weer.

Moet je drillrap verbieden? Rap is een van de vele vormen van populaire cultuur, van films tot games, waarin geweld tot een vorm van amusement werd en het is de culturele expressievorm van gekleurde jongeren uit achterstandswijken, wereldwijd. Het was ook de muziek waarin ik mij als jongere herkende, hoewel ik vooral van de alternatieve hiphop was. Niet van de commerciële gangstarap die in de jaren negentig uitgroeide tot de wereldwijd bestverkochte popmuziek ooit en minstens zo gewelddadig was als de drillrap van nu, hoewel ik er graag op feestte. De wereld ging los op beroemde diss-tracks als Hit ’m up, waarbij Tupac Biggie bedreigt en volgde de East Coast/West Coast-vete als een soap. In september ’96 werd Tupac doodgeschoten, een jaar later Biggie. Was ik toen voor een verbod?

Nee. Gangstarap was art imitating life, want bendegeweld bestond al eeuwen voordat er hiphop was. In achterstandswijken, waar kids op straat opgroeien, zijn gangs alomtegenwoordig in de levens van arme jongeren. Ze beangstigen en fascineren. If you can’t beat them, join them.

Ook in het Amsterdam waar ik opgroeide, was het er ineens: de grote jongens uit de speeltuin die stoer pochten over een ‘kraak’ die ze zouden zetten. Ik gruwde ervan. Wist dat ze vaak vochten en beeldde mij in dat dat eruitzag zoals in de clip van Beat it. Bendeleden die elkaars polsen aan elkaar vastbonden en in de vrije handen de messen tevoorschijn halen. Maar dan zonder Michael Jackson die tussenbeide sprong voordat er serieus bloed vloeide, om een dansje te doen dat de veertigers en vijftigers onder u misschien nog pasje voor pasje weten. You have to show them that you ­really don’t care, you’re playing with your life, this ain’t no truth or dare.

Groepsdruk hoort bij de pubertijd als jeugdpuistjes en als die groep een jeugdbende is, is dat levensgevaarlijk. Er alles voor over hebben om bij een groep te horen is geen sociologisch, maar een biologisch gegeven. Verschillende hersengebieden communiceren nog niet optimaal en resulteren erin dat pubers vaak extreem gedrag vertonen, minder remmingen voelen en risico’s opzoeken. Dat ze rellen, comazuipen, aan sexting doen of crimineel gedrag vertonen is helaas sowieso niet zo vreemd.

Voor migrantenjongeren geldt dat het tussen-wal-en-schipgevoel extra heftig opspeelt in de puberteit. Pas dan begin je echt te beseffen wat het betekent dat jouw leven ingeklemd is tussen twee culturen, die soms heftig botsen. Maar wat moet je ermee? En met het verkennen van je psychologische identiteit raak je ook bewust van racisme. Je raakt je bewust van het feit dat er uitsluitingsmechanismen spelen, dat je een tweederangsburger bent, gaat rolmodellen zoeken uit je eigen groep.

Waar zijn de ouders? Tja. Thuis biedt lang niet altijd het houvast dat een kind nodig heeft. Van armoede tot huiselijk geweld, van verslavingsproblematiek tot vechtscheidingen. Jeugdzorg reageert lang niet altijd adequaat en werkt soms zelfs averechts. Jongerenwerk is vitaal, maar vaak wegbezuinigd. School is vooral op onderwijsprestaties gericht.

Maar het is ook ouders die wel hun best deden hun kind een liefdevol thuis te bieden, overkomen dat een kind online seksueel uitgebuit werd of radicaliseerde. Weet u altijd wat uw puber uitspookt online? Dankzij Instagram en TikTok hongert je kind zich uit of gooit het met zijn vriendjes een disstrack online waarin hij zijn ‘vijanden’ bedreigt.

Ergens ben ik blij dat Ali B op de zelfhulptoer is gegaan. Want misschien kan hij wat tracks produceren en andere projecten bedenken die op een positieve manier het kwetsbare zelfvertrouwen en zelfbeeld van pubers die in achterstandswijken op straat moeten opgroeien beïnvloeden.

Harriet Duurvoort is publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden