ColumnThomas van Luyn

Het klimbos is een ideaal uitje voor kinderen met een rugzakje, dat had ik moeten bedenken voordat ik uitviel

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Ik hing in een klimbos. Onderweg van de ene boom naar de andere was ik in een opstopping beland. Ik keek om me heen: overal klauterden mensen als onhandige insecten waar een paar pootjes uitgerukt waren, allemaal bezig om op een zo lastig mogelijke manier vooruit te komen. Ze hingen in tuigjes, aan kabels, katrollen en klimhaken en allemaal dingen en systemen die nergens anders bestaan dan in een klimbos. Wat een industrie.

Ik hing in een soort visnet, hoog boven de grond, en dacht: dat we zelfs bomen een functie kunnen geven is indrukwekkend. Alles in Nederland heeft een functie. Woongebied, bedrijventerrein, landbouwgrond en recreatiegebied. Dit zijn wandelduinen, dat zijn natuurduinen. Dit is zwemwater, dat is vaarwater. Wie met de trein door Siberië rijdt ziet drie dagen lang niets dan berken, eindeloze bossen waarvoor ze geen enkele functie hebben kunnen bedenken. Daar zouden ze wat Nederlandse ambtenaren op moeten loslaten, om het smulbos van het klimbos te scheiden.

Ik hing te wachten, want voor mij had iemand aan de zip line de overkant niet gehaald. Hulpeloos hing ze te hangen. ‘Sybe!’, riep ze, want de instructeur had gezegd: als je hulp nodig hebt, roep dan om Sybe. Hilariteit alom, want gevaarlijk is het nooit, zo’n klimbos. Alles is weliswaar hoog boven de grond, maar het is fysiek onmogelijk om te vallen, hoe dom of slordig je ook bent.

Deze schijn van avontuur gecombineerd met totale veiligheid maakt het klimbos ook een ideaal uitje voor kinderen met een rugzakje. Die kunnen dan iets stoers doen in een gecontroleerde omgeving. Dat had ik even moeten bedenken voordat ik uitviel tegen het kind achter me.

Dat kwam zo: ik hou nogal van orde en regels. Dat is dan weer mijn rugzakje. Ik ergerde me al geruime tijd aan wetteloosheid in het klimbos, en nou hing ik te wachten achter drie mensen op het platform, terwijl Sybe duidelijk had gezegd: niet meer dan twee. Ik was te vroeg vertrokken, namelijk toen de mevrouw in de zip line sprong, onwetend dat ze halverwege vast zou komen. Achter mij stonden al vier mensen op het platformpje, en binnen mijn spectrum was dit alles nogal een trigger.

En toen klom ook nog eens een jongetje achter me mijn visnet in, terwijl Sybe letterlijk had gezegd: pas vertrekken als de weg voor je leeg is. Dus ik zei: ‘Hé, hai, hoi, zeg, wil je even wachten?’ Maar het jongetje reageerde niet, en klom stug mijn kant op. ‘Hé, ga eens even terug’, zei ik nét iets te ferm. In mijn verdediging: ik hing al tien minuten twintig meter boven de grond te wachten op een mevrouw die gillend van het lachen als een theezakje op en neer dipte, terwijl iedereen in het park melig ‘Sybe! Sybe!’ joelde.

‘Zeg!’, vermaande ik. Toen pas zag ik het: zijn blik, zijn hele lichaamstaal: voor hem was het even niet mogelijk om iets anders te doen dan wat hij aan het doen was. En nu pas ontwaarde ik beneden ons zijn moeder, die de interactie tussen haar jochie en de Boze Meneer met lede ogen gadesloeg. ‘Wacht maar even, liefje’, zei ze. Hij keek noch naar haar, noch naar mij. Hij bevroor gewoon, overrompeld door alle prikkels. ‘Laat maar, sorry’, hakkelde ik. Ik was het liefst door de grond gezakt, maar die was te ver weg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden