GastcolumnFleur Jongepier

Het klimaat blijft wat puppy’s en baby’s betreft buiten ons vizier

Fleur Jongepier
Werkelijk elke keuze die we maken, is een beetje, heel erg, of vreselijk milieuvervuilend.  Beeld AP
Werkelijk elke keuze die we maken, is een beetje, heel erg, of vreselijk milieuvervuilend.Beeld AP

Mijn vriendin en ik zitten in de auto op weg naar Groningen. We gaan een pup ophalen. Een bijzonder milieuvervuilende pup, want honden zijn slecht voor het klimaat. Maar hoeveel argumenten ik ook in overweging heb genomen tegen het nemen van een hond, het feit dat die hond een methaanbommetje zou zijn wiens jaarlijkse milieu-impact gelijk is aan een autorit naar Napels en terug, zat daar niet bij. Als ik eerlijk ben, vond ik oprecht het feit dat ik ’s avond van de bank zou moeten, de kou in, zwaarder wegen.

Er zijn filosofen die artikelen schrijven over ‘populatie-ethiek’, die bloedserieus schrijven dat het verwekken van kinderen in tijden dat ijskappen neerstorten, immoreel is. Zou dat standpunt voor henzelf ook een daadwerkelijke rol hebben gespeeld in hun besluit om wel of geen kinderen te nemen? Ik kan het mij niet voorstellen.

‘Hebben jullie bij de vraag stilgestaan of kinderen krijgen slecht is voor het milieu? Is dat een reden geweest voor jullie om wel of geen kind te nemen?’, vraag ik mijn vriendin. Ze schudt haar hoofd. Het klimaat blijft wat puppy’s en baby’s betreft buiten ons vizier. En toch zie ik ons nu niet bepaald als immorele schurken.

Misschien is het omdat ik ethicus van beroep ben, dat ik buiten mijn werk soms even helemaal klaar ben met ethiek. Maar ik denk het niet, ik denk dat het normaal is om niet al je keuzen door een morele bril te willen zien. Sterker nog, het is iets moois keuzen te kunnen maken zonder dat ‘de moraal’ steeds met een norse blik op je vingers zit te kijken.

Deze zorg over de alomtegenwoordigheid van ethische reflectie heeft een rijke geschiedenis. Vroeger dacht men (en met vroeger bedoel ik: in hedendaagse handboeken ethiek) dat dit alleen voor utilisten een probleem is. Utilisten geloven dat je geluk in de wereld moet maximaliseren. Ofwel, dat je in feite nooit genoeg kunt doen als mens. In plaats van deze column te lezen, had je ook wat vrijwilligerswerk kunnen doen. In plaats van die cappuccino af te halen, had je dat geld aan een goed doel kunnen geven. In plaats van je leven te verrijken met een puppy, had je milieupetities kunnen tekenen. Voor utilisten kan je nooit gewoon eens even mens zijn. Doodvermoeiend allemaal. Voor utilisten houdt het nooit op.

Maar voor de rest van ons ook niet. Ook als je utilisme niks vindt, is zowat elke keuze moreel besmet. Werkelijk elke keuze die we maken, is een beetje, heel erg, of vreselijk milieuvervuilend. Je hoeft niet te geloven dat je welzijn moet maximaliseren om te twijfelen aan elk product dat je in de supermarkt uit de schappen haalt, elke vakantiedroom die je te binnen schiet, elke puppy die je in Groningen ophaalt.

Moreel besmet? Je kan het ook anders zien, hoor ik u denken. Je kunt het ook zien als morele vooruitgang dat we zoveel aspecten van ons leven door een ethische bril bekijken. Dat is in elk geval beter dan ongereflecteerde biefstukken, beursgeknepen avocado’s en vliegtripjes naar Napels.

Ik denk dat het allebei waar is: het feit dat zo’n groot deel van onze dagelijkse keuzen moreel geïnfecteerd zijn is vooruitgang. Maar we mogen het óók knap vervelend vinden dat de ethiek door alle krochten van ons leven kruipt en het is legitiem om de moraal soms even de deur te wijzen.

De belangrijkste reden daarvoor is puur pragmatisch: we moeten voorkomen dat we moreel uitgeblust raken, vooral nu het tempo alleen maar verder zal worden opgevoerd. Want de stap na vermoeidheid (mag ik niet gewoon héél even genieten van deze vakantie, deze koffie?) is opgeven en te zeggen: laat ook maar.

Het maakt allemaal niet uit, of je nu biefstuk eet, puppy’s neemt, je boodschappen laat brengen of naar Napels vliegt. Maar het maakt allemaal wél uit. Juist om te kunnen volhouden, mag je soms best even de ethiek in de bench laten piepen.

Fleur Jongepier is filosoof aan de Radboud Universiteit en essayist voor Bij Nader Inzien.

Fleur Jongepier Beeld RV
Fleur JongepierBeeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden