Column Sylvia Witteman

Het kan mij niet schelen of mij het leesplezier door een man of vrouw wordt toebedeeld

Je hoort de laatste tijd wel van vrouwen die geen boeken van mannen meer willen lezen. Ze hebben hun hele leven al te veel mannenboeken gelezen, is het idee, en te weinig van vrouwen. Bij wijze van experiment is dat best aardig om een tijdje te doen, lijkt me. Er zijn veel fijne boeken geschreven door vrouwen, dus het moet niet moeilijk zijn om dat jaren vol te houden. Nou goed, dat moet een ander dan maar doen. Zelf blijf ik liever literair ­omnivoor; ik wil gewoon lekker lezen, en het kan me niets schelen of mij dat plezier door een man of een vrouw wordt toebedeeld.

Zo kreeg ik van de week de onlangs verschenen bundel Morgen als de zon schijnt, ­verhalen van Bob den Uyl, uitgekozen en ingeleid door Johan Goossens. Ik kende al die verhalen nog van vroeger (en ook zijn de verhalen van Bob den Uyl inmiddels wel érg vaak in bundels gerecycled, volgens het ­financieel lucratieve Martin Bril-principe ‘move the product’) maar het was toch leuk om ze weer eens te lezen.

In mijn tienerjaren gold Bob den Uyl als zeer geestig, een cultschrijver voor mensen die dóórhadden wat het leven inhield: ‘Tussen twee eindbestemmingen bevindt zich de wereld, en daarin lopen wij wat onwennig rond’. De hoofdpersoon in zijn verhalen (die we gerust ‘sterk autobiografisch’ mogen noemen) is een man die inderdaad maar wat rondklooit in het leven, te veel drinkt, piekert en tobt, en voortdurend ­terechtkomt op plaatsen waar hij niet wil zijn. Daar zit hem vervolgens ook nog van ­alles tegen: het is er te warm, er zijn onaangename mensen of verkeerde gebouwen, paleizen bijvoorbeeld, waar hij een hevige ­afkeer van heeft: ‘Vooral de kunstig aangelegde en met nagelschaartjes onderhouden tuinen die er altijd bij horen, uit welke periode ze ook stammen, haat ik’.

Hij heeft een hekel aan vrijwel alles en iedereen die hij tegenkomt, zelfs aan vrouwen met wie hij net nog het bed heeft gedeeld, en zelfs aan voorwerpen waartegen hij, als lange man, zijn hoofd stoot: ‘Een uitzinnige razernij overvalt me als me zoiets overkomt en vroeg of laat gaan er doden vallen (om nog maar niet te spreken van de klein gebouwde mensen die bij regenweer met grote paraplu’s boven zich als tanks door drukke straten stormen, een spoor van uitgestoten ogen achter zich latend’). Ja, er zijn zelfs complete landen waar hij de pest aan heeft: ‘Als je in België wegloopt waar het je niet bevalt kun je wel aan het lopen blijven’.

Toen ik hem als tiener voor het eerst las, werd ik vrolijk van al dat gemopper en geklaag. Inmiddels begrijp ik dat zijn ­paniekaanvallen, fobieën, mensenhaat en drankzucht geen stijlfiguren waren, maar écht, en dat zijn leven hoogstwaarschijnlijk een kwelling was. Arme Bob. Hij is maar 61 geworden.

Van boeken hield hij wél, maar ook weer niet op gangbare wijze. Zo weigerde hij boeken te lezen die ‘een verkeerde geur’ hebben, maar ook ‘romans die in Azië en Zuid-Amerika spelen (...) Ook boeken met, naar mijn smaak, slechte titels lees ik niet. Vele voorbeelden van mij naar de strot vliegende titels zou ik kunnen geven. Ik beperk mij tot ­Opwaaiende zomerjurken van O. de Jong en Bazip Zeehok van C. Buddingh’. (...) Boeken van vrouwen lees ik niet, uitzonderingen daargelaten. Altijd hebben ze hinderlijke namen of slechte titels, en zijn naam en titel in orde, dan blijken ze weer niet te kunnen schrijven.’

Indertijd nam niemand aanstoot aan dit onverholen seksisme. Men vond het grappig.

Kom daar nog maar eens om. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden