Opinie Commentaar

Het kabinet rekt de leennormen voor huizenkopers op, en dat is onverstandig

Haagse politici mogen zichzelf graag feliciteren met de lage staatsschuld, maar wonderlijk genoeg lijkt niemand in Den Haag zich zorgen te maken over de enorme private schuld in Nederland, per inwoner de hoogste ter wereld. Het kabinet vindt juist dat de schuldenberg nog wel wat groter kan. Huizenbezitters kunnen straks nog meer geld lenen voor hun woning.

Deels hebben ze dat te danken aan het feit dat hun inkomen stijgt. Maar het kabinet rekt de leennormen ook nog wat verder op. Huizenbezitters mogen tot 106 procent van de waarde van hun woning lenen, maar daarbovenop kunnen ze straks ook nog een ­‘gebouwgebonden financiering’ afsluiten, die in de tienduizenden euro’s kan lopen.

Toezichthouders als AFM en DNB vinden het onverantwoord, net als het IMF, dat al jaren waarschuwt voor te hoge schulden en vindt dat het maximaal te lenen bedrag eerder naar 80 of 90 procent moet.

De hogere hypotheek en de extra lening moeten vooral worden gebruikt om de groene revolutie te financieren. Huizenbezitters kunnen extra geld lenen om een warmtepomp aan te schaffen of hun huis te isoleren. Dit zijn gezonde investeringen, vindt het kabinet, die zichzelf terugverdienen door een lagere energierekening.

Dat kan zo zijn – al weten we dat nog niet zeker – maar de belangrijkste vraag is waarom elke gezonde investering moet worden gefinancierd met geleend geld. Een economie die zwaar leunt op schulden, is kwetsbaar bij economische tegenslag. In het geval van Italië dat met een enorme staatsschuld kampt, hebben we geen enkele moeite dat te zien, maar zelf steken we ons onbezorgd steeds dieper in de schulden.

Tegenover die enorme hypotheekschuld staat ook een enorm bezit, wordt vaak gezegd ter verdediging. Maar de waarde van dat bezit is zeer discutabel. In een krappe woningmarkt als de Nederlandse wordt de huizenprijs bijna volledig bepaald door de hoeveelheid geld die huizenkopers kunnen lenen. Dat betekent onder meer dat de versoepeling van de leenregels onmiddellijk leidt tot een verhoging van de huizenprijzen, waardoor huizenkopers er niets mee op schieten.

De keerzijde daarvan is dat de huizenprijs zal ­instorten op het moment dat de rente omhoog gaat, of als de werkloosheid toeneemt en huizenkopers gemiddeld genomen minder te besteden hebben. De huizenvoorraad is dus verre van waardevast, zoals bij de vorige crisis ook is gebleken. Zaken die niet waardevast zijn, moet je nooit voor 100 procent financieren, laat staan voor 106 procent, plus een gebouwgebonden ­financiering.

Je kunt de groene investeringen ook deels uit de publieke middelen financieren, met subsidies bijvoorbeeld. Dan loopt de staatsschuld op, maar dat is wellicht minder erg dan de schulden van huishoudens nog verder op te jagen. De rente die de overheid betaalt, is in elk geval fors lager. Nog beter was het geweest als de groene investeringen gewoon onder de oude hypotheekregels zouden vallen. Je kunt ervoor lenen, maar in totaal nooit meer dan de waarde van je huis.

Amsterdam staat vanwege de enorme stijging van de huizenprijzen nu al bovenaan in de internationale bubble-index. Het kabinet ziet er blijkbaar geen been in nog wat extra lucht in de huizenmarkt te blazen en laat zo zien dat het niets heeft geleerd van de kredietcrisis. Nu de rente al jaren onverantwoord laag is door het monetaire beleid van de ECB, moet het kabinet tegenwicht bieden; maatregelen bedenken om de snelle stijging van de huizenprijzen af te remmen. Niet alleen vanwege de risico’s die huizenbezitters lopen, maar ook – en misschien wel vooral – vanwege de tweedeling die in de maatschappij ontstaat. Voor steeds meer Nederlanders is een koophuis onbetaalbaar geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.