ColumnHerien Wensink

Het kabinet moet investeren in een eerlijke kunstpraktijk

Herien Wensink artikel column Beeld .
Herien Wensink artikel columnBeeld .
Herien Wensink

Hoe kan ik het eens simpel uitleggen? Om te beginnen hebben we in Nederland ooit besloten dat kunst een overheidstaak is – want van groot belang. De Nederlandse politiek omarmt het principe dat de overheid kunst financieel moet faciliteren. Het kabinet-Rutte I vond wel dat dat met 200 miljoen minder kon. Bijna tien jaar geleden is dat, en nog altijd zucht de kunstsector onder de gevolgen. Beeldend kunstenaars, musici, theatermakers: ze zijn blijven doen wat ze willen, nee moeten doen, namelijk kunst maken, maar onder veel slechtere omstandigheden. Zonder vast contract, laat staan een pensioen, en chronisch onderbetaald – de helft van de kunstenaars verdient beneden modaal.

Het lastige met kunstenaars is dat ze graag doen wat ze doen. Je zou het een passie, een missie, een roeping kunnen noemen. Die volg je, tegen de klippen op, voor meer of minder geld. Dat maakt hun positie op de arbeidsmarkt zwak. Hun passie maakt dat Nederland nog altijd dat bloeiende kunstenveld heeft waar in het buitenland jaloers naar wordt gekeken. Maar op passie alleen is het niet vol te houden. Om een bouwmetafoor te gebruiken: de gevel kan nog zo fraai zijn, als de fundering niet deugt, brokkelt-ie onvermijdelijk af. En dat willen we niet. Ook dit kabinet niet, want dat onderschrijft het belang van kunst en de verantwoordelijk van de overheid ervoor.

Nu kwam de kunstsector met een mooi initiatief: de Fair Practice Code, onder meer gericht op een eerlijker betaling voor kunstenaars en ‘cultuurwerkers’. Om te zorgen dat die op een verantwoorde, gezonde manier kunnen blijven doen wat de overheid wil dat ze doen, namelijk kunst (mogelijk) maken. De invoering daarvan kost 20 miljoen. Hartstikke goed, vindt de minister. Zo goed zelfs dat ze de code bindend maakt bij de subsidieverstrekking, instellingen móéten zich er dus aan houden. Maar ze moeten het wel zelf betalen.

Legitieme vraag: de sector betaalde toch te weinig, is het zo gek dat ze zelf voor die correctie opdraait? Maar 1: er werd te weinig betaald omdat er niet meer wás, dus waar moet dat geld opeens vandaan worden getoverd? En 2: als de overheid het als haar taak ziet om de creatie van kunst mogelijk te maken, moet ze dan ook niet zorgen dat dat onder verantwoorde omstandigheden gebeurt? Kunst is luxe noch hobby, de sector verlangt slechts een passende beloning en leefbare werkomstandigheden bij het uitvoeren van een overheidstaak.

De minister heeft gezegd dat ze niet wil dat hierdoor groepen of instellingen verdwijnen. Ze zoekt de oplossing in minder produceren. In minder kunst, kortom. Maar druist dat niet rechtstreeks in tegen de reden dat er überhaupt kunstsubsidies bestaan? Daarbij is het te simpel om te redeneren dat minder produceren geld bespaart. Gezelschappen lopen zo ook inkomsten mis. Minder voorstellingen betekent minder zichtbaarheid, een afnemende relevantie en minder publiek. Die neerwaartse spiraal leidt algauw tot marginalisering. Voor bepaalde kleine en middelgrote groepen is dat op termijn niet vol te houden. Die zullen dus verdwijnen, ook al belooft de minister nu van niet. Dat is, kort gezegd, niet fair.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden