CommentaarStraatintimidatie

Het is zaak te voorkomen dat er een karikatuur van het sisverbod wordt gemaakt

Waar vrijheid van meningsuiting overgaat in intimidatie, mogen de teugels wel wat aangehaald

Beeld Marcel van den Bergh

De opvatting dat we in Nederland ‘niks meer mogen zeggen’ wint aan populariteit, maar voor straatintimidatie gaat de stelling niet op. Al decennia proberen gemeenten via hun plaatselijke verordening het schelden en intimideren in hun straten aan banden te leggen. Steeds opnieuw worden zij teruggefloten door rechters die vinden dat de vrijheid van meningsuiting een groot goed is en daarom ruim geïnterpreteerd moet worden. In de jurisprudentie reikt die vrijheid van ‘Duw die teringbon er maar onder vuile kankerzak’ tot aan ‘Lelijke rotkop’. En, zo leerden we donderdag van het Haagse Gerechtshof, ook tot aan het maken van kusgebaren en het tuiten van de lippen onder het roepen van dingen als ‘hey schatje, ga je nu al weg?’

Het hof verklaarde in feite het hele Rotterdamse verbod op straatintimidatie ongeldig omdat het botst op artikel 7 van de Grondwet. Dat is een streep door de rekening voor Rotterdam en andere gemeenten, die menen dat strengere normen toch echt nodig zijn. Zij baseren zich onder meer op onderzoek van de Erasmus Universiteit, waaruit blijkt dat vooral vrouwen in toenemende mate met straatintimidatie worden geconfronteerd in sommige gemeenten zo massaal dat zij plekken mijden of hun kledingstijl aanpassen. Het spreekt voor zich dat gemeentebesturen zich niet bij die situatie wensen neer te leggen.

Voor een oplossing zijn zij nu aangewezen op kabinet en Tweede Kamer, die moeten zorgen dat er een bredere wettelijke basis komt. In de Kamer lijkt ruim voldoende draagvlak te zijn voor een verbod op straatintimidatie. Om te zorgen dat die meerderheid er blijft, is het nu vooral zaak te voorkomen dat er een karikatuur van zo’n verbod wordt gemaakt. De Rotterdamse rechtbank die op grond van het sisverbod eerder wel boetes uitdeelde, legde dat haarfijn uit. Een bouwvakker die vanaf een steiger roept ‘Hé meisje, waar gaan die lekkere beentjes heen?’, kan ergernis wekken, maar zal niet snel worden veroordeeld. Dat verandert als diezelfde bouwvakker van de steiger komt, met de vrouw meeloopt en haar toesist, eventueel in gezelschap van een collega. Dan wordt het aanstootgevend en intimiderend. En teneinde dat in te dammen, is er reden genoeg om de teugels van de wet iets strakker aan te halen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden