Commentaar WO II

Het is zaak dat de NS bij de vaststelling van de schadeloosstelling niet op de rem gaat staan

Veel bedrijven collaboreerden met de nazi’s, maar bij de NS had dit direct consequenties voor de Joden.

Beeld ANP

Je kunt niet beweren dat Nederland zijn – per saldo – weinig strijdbare houding tijdens de Duitse bezetting wegpoetst. De oorlogsbibliotheek staat vol met boeken over lijdzaamheid, pappen, nathouden en (economische) collaboratie. Daaraan wordt echter niet, of met grote aarzeling, de consequentie verbonden van excuses voor ­nalatigheid of financiële compensatie voor de mensen die daarvan het slachtoffer zijn geworden. Daar zijn we in ­Nederland niet erg bedreven in.

Vandaar dat de buitenlandse ‘good practices’ op dit terrein hier in de regel nogal laat navolging krijgen. Zo stelde Frankrijk ruim vier jaar geleden 60 miljoen euro beschikbaar voor de nabestaanden van Joden die met Franse treinen op transport waren gesteld. De Nederlandse Spoor­wegen hebben nu aangekondigd een vergelijkbare regeling te willen treffen. Niet op eigen initiatief, maar op aandrang van de 82-jarige Salo Muller, wiens ouders in 1942 door de NS naar Westerbork zijn vervoerd (van waaruit ze negen weken later naar Auschwitz zijn overgebracht).

In 2005 heeft de NS zich voor zijn aandeel in de ‘Jodentransporten’ verontschuldigd. Daarnaast ondersteunt de NS projecten ter bevordering van de bekendheid met de Holocaust. Die pogingen om met het verleden in het reine te ­komen, zouden volstrekt ongeloofwaardig zijn geworden als de NS de schadeclaim van Muller juridisch had betwist.

Nu is het zaak dat de NS bij de vaststelling van de schadeloosstelling niet op de rem gaat staan. Want zijn medeverantwoordelijk voor het lot van de Joden in Nederland reikt verder dan die van de meeste andere instellingen die de Duitsers hand-en-spandiensten hebben verleend. Bijna geen ander bedrijf was zo nauw betrokken bij de uitvoering van een programma dat uiteindelijk leidde tot de dood van ruim 100 duizend Joden. Daarmee handelde het in strijd met de instructie van de Nederlandse regering voor ambtenaren en het spoorwegpersoneel (de zogenoemde Aanwijzingen uit 1937) om in het geval van een ­vijandelijke bezetting geen medewerking te verlenen aan vergrijpen tegen het volkenrecht. Het is uiterst wrang dat de NS pas in september 1944, toen vrijwel alle Joden uit ­Nederland waren verdwenen, het werk alsnog neerlegde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.