Het is uitgesloten dat in Davos ook maar iets tegen klimaatverandering wordt ondernomen

Deze week verzamelt de wereldelite, onder wie president Trump en premier Rutte, zich in Davos. Ons wordt wijsgemaakt dat het prangendste vraagstuk waarover de wereldleiders, ceo's en andere experts zich buigen klimaatverandering is. Maar tenzij een lawine minstens de helft van de bezoekers wegvaagt, het risico van een lawine in Zuid-Zwitserland is op dit moment ongekend hoog, is het uitgesloten dat in Davos ook maar iets tegen klimaatverandering wordt ondernomen.

Vorig jaar boog diezelfde elite zich in Davos over de almaar toenemende inkomensongelijkheid. Maar het afgelopen jaar zijn de inkomens- en vermogensverschillen alleen maar verder toegenomen. Onder invloed van de ultralage rente, de grootschalige aankopen van staatsobligaties door de Europese Centrale Bank en de forse verlagingen van belastingen op kapitaal die al zijn doorgevoerd of in het vooruitzicht gesteld, zijn de aandelen wereldwijd tot recordhoogte gestegen. Dat geldt ook voor andere beleggingscategorieën, de beruchtste daaronder huizen.

Volgens ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib heeft de rijkste 1 procent van de wereldbevolking voor het eerst meer dan de helft van het vermogen van de hele globe in handen. In 2017 bezat de rijkste 1 procent 50,1 procent van het totale vermogen tegenover 49 procent in 2016. Van de 9.000 miljard dollar die de wereld tussen 2016 en 2017 rijker werd, kwam maar liefst 82 procent terecht bij de rijkste 1 procent. Volgens Oxfam Novib zag de armste helft van de wereldbevolking niets terug van die welvaartsgroei.

Maar dat is niet het hele verhaal. Het aantal mensen dat in extreme armoede leeft - 1,90 dollar per dag aangepast voor lokale prijzen - is vorig jaar opnieuw gedaald. Leefde in 1990 nog 37 procent van de wereldbevolking van 1,90 dollar per dag, in 2015 was dat nog maar 9,6 procent, aldus de Wereldbank. Het grootste deel van deze daling komt voor rekening van China. In het land met de meeste inwoners ter wereld daalde het percentage mensen dat in extreme armoede leeft van 67 procent in 1990 tot 1 procent in 2015.

Dat de ergste armoede wereldwijd snel afneemt en tegelijkertijd het vermogen van de top 1 procent exponentieel toeneemt, is precies wat ontwikkelingseconoom Arthur Lewis voorspelde in zijn essay Economic Development with Unlimited Supplies of Labor uit 1956 waarvoor hij met de Nobelprijs voor economie werd beloond. Doordat er een overschot aan arbeiders is, kunnen de kapitalisten de arbeiders uitbuiten in de zin dat ze hen alleen maar een loon hoeven te betalen dat net toereikend is om ze in leven te houden in plaats van de werkelijke waarde die de arbeiders toevoegen waar standaard economische modellen van uitgaan.

China slaagt er veel beter in dan andere landen om mensen uit de extreme armoede te halen doordat de Chinese leiders de lessen van Lewis goed in hun oren hebben geknoopt. Lewis gaat er namelijk van uit dat de overwinsten die de kapitalisten opstrijken worden geherinvesteerd, waardoor telkens weer nieuwe banen ontstaan waardoor mensen uit de extreme armoede worden gehaald. Zo houdt China vast aan kapitaalcontroles zodat een groot deel van de overwinsten in China kan worden geherinvesteerd en steeds meer Chinezen in de kapitalistische sector in plaats van op het platteland aan de slag kunnen.

Hier in het Westen gaat het mis met het model van Lewis omdat het aandeel van arbeid in het bbp steeds verder terugloopt en de koopkrachtige vraag verhoudingsgewijs daalt. Daardoor zien westerse bedrijven onvoldoende aanleiding voor nieuwe investeringen. In een liberale markteconomie heeft de overheid, anders dan in China, geen middelen om de kapitalisten te dwingen de overwinsten te herinvesteren in de reële economie. De kapitalisten beleggen hun geld in plaats daarvan in financiële producten waardoor speculatieve bubbels ontstaan waarvan de kapitalisten zelf weer profiteren, op papier althans.

Wat overheden in het Westen wel kunnen doen is door belastingheffing de overwinsten van bedrijven afromen en de opbrengsten teruggeven via lagere belastingen op arbeid. Maar dat gebeurt niet. Integendeel. Het Amerikaanse Congres heeft vorige maand het tarief voor de vennootschapsbelasting verlaagd van 35 naar 21 procent. De Nederlandse regering wil de dividendbelasting van 1,4 miljard afschaffen. Het perverse is niet dat bedrijven wereldwijd profiteren van goedkope arbeid. Het perverse is dat onze politieke leiders zich juist nu opwerpen als de tassendragers van het grootkapitaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden