OpinieJeugdzorg

Het is tijd voor de campagne ‘Leve de leefgroep’ om het taboe op leefgroepen te doorbreken

Annemiek Harder pleit voor het investeren in goede leefgroepen. De bijzonder hoogleraar op de Horizon-leerstoel wetenschappelijk onderbouwde jeugdzorg en onderwijs aan de Erasmus Universiteit Rotterdam is ervan overtuigd dat dit zich dubbel en dwars zal terugbetalen.

Annemiek Harder

Woensdag begint de Week van de Pleegzorg. Dan wordt er weer campagne gevoerd voor het vinden van nieuwe pleegouders voor de 22 duizend jeugdigen die jaarlijks in de pleegzorg verblijven. Ondanks die campagne is het moeilijk pleegouders te vinden en er haken elk jaar pleegouders af. Dit kan onder meer komen doordat pleegzorg de minst betaalde vorm van jeugdzorg is, die steeds vaker wordt ingezet voor korte duur en voor jeugdigen met zware problemen.

Hoewel ik pleegzorg zeer waardevol en een onmisbare vorm van jeugdzorg vind, is het niet dé oplossing voor alle jeugdigen die niet meer thuis kunnen wonen. Zo hebben sommigen ingewikkelde problemen die tijd en deskundigheid vereisen. Het komt dan ook geregeld voor – bij 25 tot 50 procent van de plaatsingen – dat een pleegzorgplaatsing wordt afgebroken omdat het niet goed gaat. Ook is er (nog) geen bewijs dat pleegzorg problemen van jeugdigen vermindert.

Verder zijn er jeugdigen die niet in een pleeggezin willen wonen. Bijvoorbeeld doordat zij ongelijkheid hebben ervaren tussen pleeggezin en pleegkinderen. Zoals een jongere met jeugdzorgervaring het verwoordt: ‘Ze doen alsof je in een gezin zit waarin iedereen gelijkwaardig is, maar dat is niet zo. Het eigen kind, het eigen leven komt voor alles.’ En sommige jeugdigen hebben geen behoefte aan vervangende ouders of de ‘concurrentie’ van een nieuw gezin, omdat ze hun eigen ouders en gezin al hebben.

Er is een grote groep van ongeveer 20 duizend jeugdigen in Nederland die niet wordt opgevangen in pleeggezinnen, maar elders, zoals op leefgroepen. In tegenstelling tot pleegzorg zijn leefgroepen een groot ‘taboe’, mede doordat het de duurste vorm van jeugdzorg is. Dit taboe bestaat al sinds ik me – nu bijna vijftien jaar – bezighoud met onderzoek naar deze vorm van jeugdzorg, maar volgens mij is het dieptepunt nu bereikt. Door het taboe fungeren leefgroepen steeds vaker als tijdelijk ‘asiel’ voor jeugdigen die ‘te moeilijk’ of ‘te oud’ zijn voor pleegzorg, maar toch wachten op een ‘verblijfsvergunning’ om daarnaartoe te kunnen. Terwijl een leefgroep voor sommige jeugdigen stiekem toch een langdurige oplossing is, zoals voor Alicia uit de gelijknamige, veelgeprezen 2Doc-documentaire uit 2017.

Hardnekkige mythe

Gedachten als ‘een gezin is altijd het beste’ en ‘het moet zo veel mogelijk als thuis voelen’ zijn een belangrijke oorzaak van het taboe. Evenals de hardnekkige mythe dat leefgroepen slecht zijn voor jeugdigen. Studies waaruit schadelijke effecten op de ontwikkeling van kinderen naar voren komen, gaan namelijk over grootschalige internaten of kindertehuizen voor groepen met twintig tot wel zeventig kinderen. Maar dat is niet hoe leefgroepen voor jeugdigen in Nederland eruitzien, zo weet ik uit diverse bezoeken die ik de afgelopen jaren heb afgelegd.

Leefgroepen in Nederland vangen vaak rond de acht jeugdigen op en hebben een team van betrokken begeleiders die zich zo veel mogelijk inzetten voor hun ontwikkeling. Dat is bijvoorbeeld goed te zien aan het begin van de documentaire Alicia: begeleiders gaan liefdevol met haar om en betrekken ook de moeder bij de hulp.

Daarnaast toont onderzoek dat er bij jeugdigen in leefgroepen dikwijls sprake is van verbetering van hun vaak ernstige problemen. Recent onderzoek uit de VS laat zelfs zien dat het met jeugdigen die deze hulp langdurig hebben gehad, beter gaat dan met jeugdigen die kortdurende hulp hebben gehad: zij hebben vaker een opleiding of werk en plegen minder criminele feiten. Bovendien is er een significante financieel-maatschappelijke winst, waarbij de inzet van de hulp zich op langere termijn driedubbel terugbetaalt.

Duurzame oplossing

Leefgroepen kunnen dus een duurzame oplossing bieden, als ze zo worden ingericht dat ze rust, ruimte, veiligheid, individuele aandacht, onderwijs en therapie bieden aan jeugdigen en hun netwerk. En perspectief bieden, zodat jeugdigen er langere tijd kunnen wonen en echt iets kunnen opbouwen. Dat perspectief is essentieel, zo laten jongeren weten die vijftien keer of vaker zijn doorgeplaatst in de jeugdzorg. Hulpverleners moeten zo deskundig zijn dat ze bij ‘moeilijk gedrag’ van jeugdigen hun ‘reparatiereflex’ of impuls om het heft in handen te nemen, kunnen uitschakelen. Ondersteuning en training van hulpverleners is daarbij cruciaal.

Naast de Week van de Pleegzorg is het tijd voor de campagne ‘Leve de leefgroep’ om het taboe op leefgroepen te doorbreken. Alleen met goede pleegzorg, gezinshuizen én leefgroepen kan er een compleet hulpaanbod worden geboden aan jeugdigen die niet meer thuis kunnen wonen. Investeer daarom in goede leefgroepen. Dat kost wat, maar die investering betaalt zich later driedubbel terug.

Annemiek Harder is bijzonder hoogleraar op de Horizon-leerstoel wetenschappelijk onderbouwde jeugdzorg en onderwijs aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden