ColumnManon Spierenburg

‘Het is niet zozeer wát je zegt, maar de manier waaróp’

Beeld Douwe Dijkstra

 Auteur en scenarist Manon Spierenburg schrijft wekelijks een column over hoe het steeds stiller wordt om haar heen nu ze doof wordt.

93 procent van de communicatie is non-verbaal, zegt de psycholoog Albert Mehrabian. Zijn theorie staat ook wel bekend als de 3 V’s: Verbaal (7 procent), Vocaal (38 procent) en Visueel (55 procent). Hij heeft onderzocht dat we maar 7 procent van de dingen die wij tegen elkaar zeggen met woorden overbrengen. De rest pikken we op via lichaamshouding en de manier waarop iets gezegd wordt. 

Nou is dat laatste inderdaad de larmoyante standaardzin in zowat elk drama (‘Het is niet zozeer wát je zegt, maar de manier waaróp!’), maar verder bevat Mehrabians theorie volgens mij wel enkele lacunes. Want hoewel ik al jaren auditief ben uitgedaagd en daardoor veroordeeld tot het lezen van lippen en lichaamstaal om überhaupt nog iets te kunnen ‘horen’, zou het zomaar kunnen dat ik bijvoorbeeld een gesprek in het Chinees over bedrijfsspionage niet kan volgen alleen maar door de manier waarop iemand zijn lichaam in de strijd gooit.

Maar het is waar dat je met lichaamstaal een heel eind komt. Als mijn paard zijn oren naar achter klapt en zijn tanden laat zien, dan weet je wel hoe laat het is. Ook mensen verraden met lichaamstaal veel over zichzelf. Dat vinden ze niet leuk. Vroeger, toen ik nog ik niet doorhad dat ik bijna doof was, was het heel verwarrend dat ik tijdens kletspraatjes twee informatiestromen doorkreeg: eentje die doorgaf wat mijn gesprekspartners hardop zeiden en eentje waarin hun lichaamstaal me vertelde hoe ze er echt over dachten. 

Die twee waren meestal tegengesteld aan elkaar, want mensen liegen dat ze barsten. De hele dag. Overal over. Natuurlijk reageerde ik vaak op die ándere boodschap, die een stuk helderder was. Voor mij dan. Het gedeelte dat hun lichaam vertelde. Laat dat nou net het stuk zijn dat mensen ten koste van alles verborgen willen houden, dus daar werden ze knap kwaad van.

Hoewel ik tegenwoordig weet waaraan het ligt, zijn kletspraatjes vaak nog steeds een vermoeiende kwestie, want ik verwerk alle communicatie in drieën. Mensen proberen niet voor niets hun kwetsbaarheden en geheimen te verstoppen onder een verbale brij, dus het gedeelte dat voor mij het duidelijkst is, moet ik negeren. Vervolgens moet ik inschatten wat ze ongeveer willen dat ik wél hoor. En daarna die woordenstroom razendsnel decoderen, omdat ik bijna alleen de klinkers oppik en dus elke zin een puzzel is. 

Dat zorgt voor vertraging op de lijn waardoor ik ondanks allerlei potentiële antwoorden (echt, inwendig vechten de snedigheden om voorrang) niet al te snugger lijk. Tegen de tijd dat ik toegekomen ben aan mijn repliek, staat mijn gesprekspartner alweer klaar met de volgende tien zinnen. Geen wonder dat ik vaak halverwege de dag al knock-out ben.

Mehrabian, hoort u mij?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden