Column Aaf Brandt Corstius

Het is mooi dat Aretha Franklin nooit een seconde haar best heeft gedaan om leuk over te komen

Ik kon het de man achter me in de bioscoop ook niet kwalijk nemen dat hij, een paar minuten nadat de film Amazing Grace was begonnen, begon mee te stampen op de muziek. Als je Aretha Franklin en een gospelkoor en een pianorammende predikant bezig hoort – en dat is het uitgangspunt van de film, het enige verhaal, en meer dan genoeg verhaal  – is het ook raar om níét mee te stampen.

Maar omdat ik het in de bioscoop al niet kan uitstaan als andere mensen ademen, besloot ik een paar rijen naar voren te schuiven. De meestampende man schoof na een tijdje ook naar voren – zijn buren hadden last van hem gekregen – en ging voor me zitten, waar hij op de maat van de muziek klapjes op zijn eigen kale hoofd gaf.

Dat kan een concertregistratie met je doen. Het is een lang en wonderlijk verhaal waarom Amazing Grace zo lang op de plank lag; hij werd in 1972 opgenomen en nu pas uitgebracht. Ik heb dat lange en wonderlijke verhaal gelezen, en het komt erop neer dat Aretha Franklin een heel moeilijk mens was.

Het mooie is dat Aretha Franklin nooit een seconde haar best heeft gedaan om leuk over te komen. In de film is ze ook een norse, zwijgende entiteit in lichaamsbedekkend wit gewaad, tot het moment dat ze haar mond opendoet en daaruit de meest goddelijke klanken komen. Van een genie moet je niet vragen dat ze zich sociaal wenselijk opstelt.

Het bracht me terug naar mijn tijd in een Amerikaans gospelkoor, met vijf keer oefenen per week, en allemaal zwarte mensen en ik als enige witte. Of: allemaal bruine mensen en ik als enige roze-beige. Of: allemaal mensen.

In dat jaar leerde ik wat ware muzikaliteit is: dat je met zijn allen bij elkaar gaat staan in een warm lokaal, zonder bladmuziek, met een band die gewoon begint te spelen en een dirigent die niet alleen het ritme aangeeft, maar ook hoe hoog en laag de noten zijn, en die soms zelf zo bevangen raakt door de muziek en de heilige geest dat ze zich kronkelend op de grond werpt.

Die chaos heerste ook tijdens de opnamen van Amazing Grace, wat het best verkochte live gospelalbum aller tijden werd, en dat ziet er vreemd uit: waarom neem je met zó’n wereldster een plaat op in een piepkleine, lelijke kerk, met omvallende bekertjes water en slechte ventilatie en zweet en schreeuwende kerkgangers die het gangpad oprennen om hun eigen dans te doen?

Omdat die chaos een voorwaarde is om tot gospelmuziek te komen. En omdat God het allemaal toch wel tot een goed eind laat komen.

En dan kun je niet in God geloven, zoals ik als enige in dat Amerikaanse gospelkoor, maar al die muziek is voor hem geschreven en uitgevoerd. Dus dan moeten we hem toch heel dankbaar zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden