Opinie Onderwijs

Het is hoog tijd om te onderzoeken hoeveel geld er écht nodig is voor bloeiend academisch onderwijs

Het leek me wel wat, zo’n baan. Hoewel er honderden eerstejaars Nederlands waren, in 1974, kregen we les in kleine werkgroepen, van kundige, ontspannen docenten. Ze vertelden mooie verhalen en namen uitgebreid de tijd om onze werkstukken of voordrachten te bespreken. Ze zagen wie wij waren. Ik heb veel van hen geleerd.

Toch leken die docenten niet gebukt te gaan onder een wurgende werkdruk. ‘Mooi vak hebben we, hè’, zei de docent letterkunde, terwijl we pinda’s dopten. ‘Anderen staan aan de lopende band, wij praten over literatuur.’ In de namiddag zaten docenten en studenten gezellig in het café. Promoveren hoefde niet; twee wetenschappelijke artikelen per jaar was genoeg. Aan die luxe kwam een einde. Terecht. Een beetje meer inspanning mocht best; het ging om gemeenschapsgeld.

Maar dat streven, het denken in rendement, output en effectiviteit sloeg akelig door. Universiteiten werden bedrijven. Er moesten steeds meer studenten doorheen worden gejast voor hetzelfde geld. Docenten kregen een zwaardere lestaak; onderzoek doen werd competitie en alleen excellent was goed genoeg. Ze raakten overbelast en uitgeput.

Studenten klagen nu over massale, oninspirerende hoorcolleges en gebrek aan commentaar op hun werk. De studiefinanciering verdween, het collegegeld steeg, maar die besparingen werden niet, zoals beloofd, teruggegeven in de vorm van meer docenten en beter onderwijs. Vorige maand legden boze universiteitsmedewerkers voor het eerst in de geschiedenis hun werk neer. Een hele middag.

Op 15 maart staken alle onderwijsgevenden, van kleuterschool tot universiteit – een unicum. Niet dat de problemen overal dezelfde zijn; aan de universiteit klagen ze niet over het salaris of het lerarentekort. De gemeenschappelijke klachten zijn de hoge werkdruk en de administratieve last. Docenten kunnen zich niet meer concentreren op de inhoud van hun werk. De leerlingen en studenten zijn daarvan de dupe.

Wat is er gebeurd?

Het universitaire onderwijs dreigt aan haar enorme succes ten onder te gaan. Na de Tweede Wereldoorlog, vooral na invoering van de Mammoetwet in 1968, groeide het aantal studenten aan de Nederlandse universiteiten razendsnel. Iedereen moest kunnen studeren, niet alleen de kinderen van de elite, maar iedereen die er de hersenen voor had, ook kinderen van arbeiders en middenstanders.

Dat lukte behoorlijk goed. In 1950 waren er 29.736 universitaire studenten, in 1970 103.382, in 1980 139.335 (CBS). Na de eeuwwisseling ging de groei gestaag door; nu zitten we op 290 duizend. Helaas lukt het steeds minder om die gretig toestromende studenten, ook uit het buitenland, behoorlijk onderwijs te geven. Dat is kennelijk te duur. Studenten, docenten en onderzoekers klagen unisono: de kwaliteit van het academische onderwijs is na vele bezuinigingen uitgehold.

Volgens de Vereniging van Samenwerkende Universiteiten (VSNU) en de docenten verenigd in WOinActie is de rijksbijdrage per student tussen 2000 en nu gekelderd van 20 duizend naar 15 duizend euro – een kwart minder. Op het ministerie betwisten ze die cijfers.

Het gaat niet alleen om geld. De universiteit zou een stimulerende plek moeten zijn om onderzoek te doen, na te denken en kennis over te dragen. Voor veel docenten en studenten is ze dat niet meer. Hoogleraren zijn managers geworden. Onderzoekers moeten bedelen en elkaar bevechten om schaars onderzoeksgeld. Ze besteden honderden uren, vaak vergeefs, aan subsidieaanvragen. Colleges worden gegeven door steeds wisselende jonge docenten of promovendi, met tijdelijke aanstellingen. Zo daalt de kwaliteit, ontbreekt de continuïteit en wordt er talent verspild.

Hoog tijd om te onderzoeken hoeveel geld er echt nodig is voor een bloeiende academie en hoe je dat geld rechtvaardig verdeelt. Als het bergafwaarts gaat met de universiteiten merkt de hele samenleving dat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.