Column Robert van de Griend

Het is geen oplossing voor oorlog en hongersnood, maar onze eigen kinderen helpt het wel: leg die telefoon weg

Weet u het nog? Een maand geleden schrokken we ons een ongeluk van het nieuws dat bij de Amerikaans-Mexicaanse grens ruim 2.500 migrantenkinderen waren gescheiden van hun ouders, en soms dagenlang in kooien werden vastgezet. Welnu, gisteren werd bekend dat dat 1.600 van die kinderen nog altijd niet met hun vader en moeder zijn herenigd. Sterker: volgens de Trump-regering zijn 463 van de ouders ‘niet in de VS’, wat mogelijk betekent dat ze al gedeporteerd zijn en daarmee hun recht op gezinshereniging zijn verloren.

Ik las het, en realiseerde me dat ik al een paar weken geen enkele gedachte had meer gewijd aan al die jongetjes en meisjes die ik op tv zo hartverscheurend had zien huilen dat ik het zelf ook maar moeilijk droog had gehouden. Niet dat ik ze vergeten was, natuurlijk niet! Maar ja, ik was ook vreselijk druk geraakt met andere dingen: de inpaklijst voor mijn kampeervakantie, de wespenplaag op mijn dakterras − en dan was het ook eens nog zo wárm.

Nu bleek ik niet de enige bij wie de aandacht voor het drama wat verslapt was. Liep mijn Twitter-tijdlijn aanvankelijk nog over van verontwaardiging, inmiddels stond vooral de vraag centraal of je beter zes of zeven liter water per dag kon drinken, qua hitteplan.

Zo hard kon het kennelijk gaan met hoogoplopende emoties over kinderleed. Wat, vroeg me ik me ineens af, is er eigenlijk geworden van die kindsoldaten van Joseph Kony (#Kony2012)? Of van die ontvoerde schoolmeisjes van Boko Haram (#Bringbackourgirls)? Of van van al die jonge slachtoffertjes van de gifgasaanval in Syrië (#Douma)? Iemand die het heeft bijgehouden?

Ik zou er makkelijk cynisch over kunnen doen, al dat medeleven op afstand, en ik moet bekennen dat dat ook mijn eerste neiging is. Anderzijds: ik heb in mijn omgeving genoeg mensen die telkens weer oprecht verdrietig worden van die continue stroom aan beelden van kinderen in erbarmelijke omstandigheden. Dat hun verdriet vaak snel weer wegebt, begin ik te begrijpen, zegt vooral iets over hun onmacht. Want wat kun je nu werkelijk doen, behalve geld geven aan Warchild en Artsen zonder Grenzen? Bitter weinig. Toch?

Waar we gelukkig wél verschil kunnen maken, is in het leven van onze eigen kinderen. En daar valt ook nog best een winstje te boeken.

Hoe vaak heb ik niet bij het zwembad of de speeltuin horen roepen: ‘Mama kijk! Mama kijk! Mama kij-hijk!’, totdat het kind in kwestie uiteindelijk maar stopte met waar het mee bezig was, omdat mama liever met haar telefoon speelde? Toegegeven, ik heb zelf ook wel eens een doelpunt van mijn zoon gemist omdat ik éven mijn smartphone pakte om mijn werkmail te checken.

Vorige week nog stond er een reportage in deze krant over de Reddingsbrigade in Kijkduin, die de noodklok luidde over al die ouders die hun kind kwijtraakten op het strand. Een van de redenen, aldus de lifeguards: pa en ma bekommerden zich vooral om hun mobieltje.

Ik zie dus mogelijkheden om vrij eenvoudig iets aan kinderleed te kunnen doen. Je hebt er niet eens een hashtag voor nodig. Leg. Die. Telefoon. Weg. Maar serieus: leg die telefoon weg.

Het lijkt misschien peanuts, maar dat is het niet. Goed, oorlog en hongersnood zullen we er niet mee verhelpen. Maar als we wat meer naar onze eigen kinderen gaan kijken, dan voelen ze zich wellicht ook wat meer gezien. En groeit er hopelijk een generatie op die het allemaal wat beter met de wereld regelt dan wij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.