Column Sheila Sitalsing

Het is een schande dat het Nederlandse onderwijssysteem leerlingen aflevert die onvoldoende kunnen lezen en schrijven

Het maandblad Vrij Nederland drukte vorig jaar een veel te weinig geprezen serie af van Anja Vink, onderwijsverslaggever. Vink liep een halfjaar mee op de School voor Administratie. Dat is een mbo-opleiding niveau 2 op het ROC Mondriaan in Den Haag, het niveau dat opleidt voor beveiliger, of telefonist, of administratief medewerker. In de klas die Vink volgt, zitten studenten die niet per se aan de goede kant van het leven zijn geboren en er iets van proberen te maken: ‘Niemand zit hier omdat hij op zijn 12de dacht: Ik ga later de School voor Administratie doen.’

In haar artikelenserie laat ze nauwgezet zien wat een mens zich moet voorstellen bij ‘de haarscheurtjes’ waarvoor de Inspectie van het Onderwijs waarschuwt in het nieuwe overzicht van de staat waarin het Nederlandse onderwijs verkeert. Ongelijke kansen, teruglopende prestaties, segregatie en lerarentekorten op scholen ‘met een complexe leerlingenpopulatie’: allemaal ‘haarscheurtjes’. Want een hoop mensen stonden te juichen toen AFM-topvrouw Merel van Vroonhoven zei dat ze juf wil worden, maar er zijn bar weinig mensen die het zelf ook willen en kunnen, zo’n ‘complexe leerlingenpopulatie’ onderwijzen.

Nog een haarscheurtje: laaggeletterdheid.

Over de schande dat het Nederlandse onderwijssysteem leerlingen aflevert die onvoldoende kunnen lezen en schrijven om zich te kunnen redden in de maatschappij – gewone jongens en meisjes die later formulieren niet vlekkeloos zullen invullen en brieven van de gemeente niet zullen begrijpen en zich daardoor bergen ellende op de hals zullen halen – verschijnt elk jaar wel een bericht. Dan schrikken de mensen even, zegt een politicus ‘dat het niet zo kan zijn dat’, terwijl het gewoon wel zo is, en daarna gaat het leven verder. Niet voor niets liet de SER donderdag weten dat het kabinet veel te nonchalant is over laaggeletterdheid.

Van de 14-jarigen is een kleine 18 procent laaggeletterd, en of dat de goede kant op gaat: het is niet te zeggen. In de Staat van het Onderwijs schrijft de Inspectie: ‘Door onvergelijkbaarheid van de eindtoetsen hebben basisscholen het afgelopen jaar geen zicht op de mate waarin ze erin slagen leerlingen het basisniveau en/of streefniveau mee te geven. Ook op landelijk niveau weten we niet hoe het staat met de taal- en rekenprestaties van de groep 8-leerlingen.’

Ook op de School voor Administratie waar Anja Vink rondliep en waar de studenten ouder zijn, 17 of 18 of 23, is er taalzwakte – eenderde van de studenten op mbo-niveau 2 beheerst niet het taalniveau waarmee ze het vmbo hadden moeten verlaten. De docenten krijgen er geen greep op, structureel werken aan laaggeletterdheid gebeurt niet en de zwakste studenten blijven het vaakst weg. Vink ziet opstellen van deze jongvolwassenen, die uiteenlopen van prima verslagen in ronde handschriften tot ‘vier regels over een vakantie in Marokko waarin veel is gekrast’ en ‘een chronologische opsomming van auto’s, ­reizen, gaan slapen en weer opstaan met veel kromme ­zinnen, spelfouten en veel en toen en toen’.

Straks moeten deze studenten zich door de website van de Belastingdienst worstelen, of de bijsluiter bij een doosje pillen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.