Opinie

Het is een illusie te denken dat alles in de openbaarheid moet kunnen plaatsvinden

De roep om totale transparantie draagt niet per se bij aan de noodzaak tot elkaar te komen, schrijven Jos van der Lans en Tof Thissen.

Jesse Klaver (GL) en Wopke Hoekstra (CDA) tijdens de schorsing voor het indienen van de moties in de tweede termijn van het debat over de gelekte stukken van de verkenners. Beeld Freek van den Bergh
Jesse Klaver (GL) en Wopke Hoekstra (CDA) tijdens de schorsing voor het indienen van de moties in de tweede termijn van het debat over de gelekte stukken van de verkenners.Beeld Freek van den Bergh

Transparant waren de onderonsjes tussen de verkenners en de fractieleiders niet. Het was onderhoudend, de meningen werden gepeild, de koffie was prima. Zo gaat het. Maar toen sloeg het noodlot toe: een van de verkenners had corona, razendsnel pakte ze haar papieren, verliet het pand en kwam in het vizier van een fotograaf met alle bekende gevolgen. Ineens kregen we inzage in een tekst die niet voor onze ogen was bedoeld. Vervolgens bleken de hoofdrolspelers plotseling bevangen door een zorgelijke vorm van selectief geheugenverlies.

Urenlang gegeseld

Duidelijk geval van eens maar nooit meer, zo oordeelde de Kamer, nadat de hoofdschuldige urenlang was gegeseld. Er moet een nauwkeurig reglement komen voor het benoemen van verkenners, zei Gert-Jan Segers tijdens het 1 april-debat in de Kamer. We moeten het beter en preciezer regelen, zei Sigrid Kaag. Eigenlijk mag een verkenner maar twee vragen stellen: welke coalitie heeft uw voorkeur en wie moet informateur worden, verklaarde hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’Eert.

En boven alles: voortaan moet de gang van zaken transparant zijn tot achter de komma. Alle stukken moeten openbaar zijn: aantekeningen, appjes, verslagen, notities, zodat de macht tot in zijn diepste vezels te controleren valt. Laat uit deze crisis een nieuwe politieke cultuur oprijzen, uit het moeras getrokken door een ‘nieuwe vorm van leiderschap’.

Haagse vergaderzaaltjes

Zou het? Wij vrezen het ergste. Ons schoot het werk van de politicoloog Arend Lijphart te binnen. Eind jaren zestig muntte hij de term pacificatiepolitiek als wezenskenmerk van de Nederlandse democratie. Een samenleving waar religieuze, levensbeschouwelijke en politiek ideologische groepen zich in zuilen van elkaar hebben afgezonderd en zelfs tegenover elkaar staan, kan – wil ze bestuurbaar blijven – niet zonder een plek waar die verschillen worden overbrugd en ‘gepacificeerd’. Die plek was het Binnenhof.

Dus waar de verschillende levensbeschouwelijke en politieke groepen elkaar mijden in het openbare leven, gingen ze in de politieke catacomben met elkaar in conclaaf om het land te besturen. Om te dealen en te whealen. Begrijpelijkerwijs hadden ze daar geen pottenkijkers bij nodig. Dat deden ze in de beslotenheid van Haagse vergaderzaaltjes, waar ze compromissen sloten en tot een vergelijk kwamen.

Veilig en openhartig

Dat klinkt als een ver verleden. Maar is het dat ook? Het Nederlandse politieke landschap is meer versplinterd dan ooit. Meer dan in de hoogtijdagen van de verzuiling heeft inmiddels elk substantieel conglomeraat van meningen en bevolkingsgroepen een politieke representatie in Den Haag.

De samenleving is in veel opzichten gesegregeerder dan pakweg een halve eeuw geleden. Steeds meer partijen zullen nodig zijn om regeringsformaties te vormen. Net zoals dat in het verleden het geval was, vraagt zo’n landschap om een vorm van pacificatie.

Het is zeer de vraag of de roep om totale transparantie, om een complete doorzichtigheid van de bestuurlijke macht, bijdraagt aan de noodzaak om op enigerlei wijze tot elkaar te komen. Er moet een ruimte zijn waar politici elkaars nieren kunnen proeven zonder dat elk woord wordt gewogen, waar ze elkaar kunnen aftasten, in veiligheid en openhartig hun zorgen over zichzelf en de anderen kunnen uitspreken. Het is in onze verhitte mediacultuur een illusie te denken dat alles in de openbaarheid moet kunnen plaatsvinden. Dat is goed voor de praattafels op de televisie, maar funest voor de bestuurbaarheid van het land.

Averechts effect

Sterker, de roep om meer transparantie verkeert in de dagelijkse praktijk onvermijdelijk in haar tegendeel. Het leidt niet alleen tot heel bijzondere vormen van geheugenverlies, het resulteert ook in informele, oppervlakkig genotuleerde, totaal oncontroleerbare, niet geregistreerde onderonsjes en allerhande ondergrondse processen die de politiek eerder nog ondoorzichtiger maakt en het wantrouwen verder zal voeden dan doen afnemen.

Maar het grootste averechtse effect is dat de obsessieve transparantie-dwang de aandacht steeds verder afleidt van waar het in de politiek om zou moeten gaan: het vinden van een gezamenlijk antwoord op maatschappelijke problemen. Het is een nooit opdrogende voedingsbron voor nodeloos gekissebis over wie wat waar en wanneer zou hebben gezegd.

De 1 april-voorstelling die de Kamer ten beste gaf is daar het beste bewijs van. Het was, tegen het decor van de ongekende opgaven waar een komend kabinet voor staat, een gênante vertoning. Laten we het daarom snel vergeten. En overgaan tot de inhoudelijke orde van de dag.

Jos van der Lans en Tof Thissen zijn oud-senatoren van GroenLinks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden